Circulaire energierenovaties: minder materiaal en emissies

Isoleren, een dak vol zonnepanelen en de cv-ketel die plaatsmaakt voor de warmtepomp: allemaal maatregelen om bestaande gebouwen te verduurzamen. Tegelijkertijd zijn die energierenovaties verantwoordelijk voor een derde van de CO2-uitstoot binnen de bouw- en vastgoedsector. Ook is er een hoop materiaal voor nodig. Circulaire energierenovaties bieden uitkomst om de klimaatdoelen te halen en de milieu-impact te verminderen. Door circulaire oplossingen voor renovaties gaat de CO2-terugverdientijd fors omlaag, blijkt uit onderzoek.  

Het onderzoek naar kansen voor en het effect van circulaire energierenovaties is uitgevoerd door een consortium in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het consortium bestaat uit Copper8, stichting W/E adviseurs, Metabolic, TU Delft, TU Eindhoven, NIBE, Constructief, Nieman, Alba Concepts, LBP | SIGHT, SGS Search, Circular Catalyst & DGBC. 

Milieu-impact wordt nog niet meegewogen bij energierenovaties 

Bij de meeste energierenovaties en bij verduurzaming van bestaande gebouwen wordt nog niet gekeken naar de milieu-impact en uitstoot door materiaalgebruik. “Een blinde vlek”, volgens programmamanager circulariteit Ruben Zonnevijlle. “Materiaalgebonden emissies zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de CO2-impact van energierenovaties. Dit moet meewegen en onderdeel worden van de uitvraag.”  

Maar hoe verander je dit? Als eerste stap in het onderzoek maakte W/E adviseurs een overzicht van de Nederlandse gebouwvoorraad en welke maatregelen nodig zijn om al deze bestaande gebouwen energieneutraal te maken of naar Paris Proof-niveau te brengen. Per maatregel is de balans opgemaakt tussen de kosten, de energiebesparing die het oplevert en de milieu-impact die het veroorzaakt. Dit helpt om de juiste afwegingen te maken. 

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor circulaire installaties 

Installaties hebben een fors aandeel in de emissies van de bouw- en vastgoedsector, maar zijn ook nodig voor duurzame energieopwekking. Om emissies door energie- en materiaalgebruik te verlagen, is een integrale aanpak nodig en moet circulariteit het uitgangspunt vormen tijdens het ontwerp en de productie van installaties. Uit het onderzoek blijkt dat uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) een middel kan zijn om de milieu-impact van installaties te verminderen en deze circulair te maken. 

Nu is er nog geen beloning voor producenten om daarop te sturen. De huidige UPV gaat uit van een afvalbijdrage op basis van gewicht. Dit zegt nog niks over de mate van duurzaamheid of circulariteit. De onderzoekers stellen dat een nieuw systeem nodig is dat doelen stelt aan de kwaliteit en duurzaamheid van installaties. Dit kan door de milieu-impact en levenscyclusanalyse te integreren in de UPV. Zo’n nieuwe methode vergt inspanning van producenten, maar ook beleid vanuit de overheid. Met de juiste stimulans wordt het voor producenten aantrekkelijker om in te zetten op hergebruik, circulaire materialen en elementen toe te passen en de levensduur van installaties te verlengen. 

Circulaire oplossingen verkorten CO2-terugverdientijd 

Elke energierenovatie loont in termen van CO2, hoe groot de impact van installaties en maatregelen ook is, concluderen de onderzoekers. Ze hanteerden de CO2-terugverdientijd om het effect van duurzame en circulaire maatregelen te meten. Traditionele energierenovaties verdienen zich in gemiddeld 8 jaar terug. Die terugverdientijd gaat fors omlaag door circulaire oplossingen en besparende maatregelen. Dan bedraagt de terugverdientijd slechts 2 tot 4 jaar.  

Circulariteit in Paris Proof Commitment 

Onderzoek door DGMR naar de CO2-impact van duurzame en circulaire maatregelen levert vergelijkbare resultaten op. De milieu-impact van deze maatregelen is doorgerekend en de uitkomsten zijn verwerkt in Paris Proof beslisbomen voor kantoren.  

Voor Paris Proof kantoren maakte DGBC ook een beslisboom, waarin de milieu-impact van activiteiten en maatregelen is meegenomen. Dit is onderdeel van de Paris Proof Routekaart Kantoren. Daarnaast verkent DGBC hoe de CO2-terugverdientijd of vergelijkbare methodes en de inzichten uit het onderzoek een plek kunnen krijgen in aanbestedingen, bij renovatie en in het Paris Proof Commitment.  

“Om gebouwen echt Paris Proof te maken is ook een aanpak nodig voor de materialen die je toevoegt. "Voorheen lag de focus op energiebesparing in de bestaande bouw. Nu kijken we naar ook naar de uitstoot door materiaalgebruik bij nieuwbouw. En geven we meer aandacht aan hoe we renoveren en de verduurzaming van bestaande gebouwen bewerkstelligen”, zegt Zonnevijlle. Het onderzoek biedt inzichten en mogelijke methodes om de impact van circulaire maatregelen te meten. “Nu kijken we hoe we dit gaan gebruiken in de praktijk, meetbaar maken en verankeren in het Paris Proof Commitment. Samen met verschillende partijen werken we toe naar een convenant met doelen en afspraken om circulariteit mee te nemen in renovatieopgaven.”

Overige partners

Metabolic | W/E adviseurs

Gerelateerd

DuurzaamheidsCertificering: ‘Je hoeft niet meteen een 10 te halen’

DuurzaamheidsCertificering: ‘Je hoeft niet meteen een 10 te halen’

Met voornamelijk gebruikte materialen hebben Popma ter Steege Architecten (PTSA) en Vink Bouw een voormalig defensiegebouw omgevormd tot een hoogwaardig Rijkskantoor

Architectenbureau PTSA ontwerpt 'kantoor vol afval' voor Rijksvastgoedbedrijf

De whitepaper over EU Taxonomie is vernieuwd. Deze herziene uitgave neemt je mee in het hoe, wat en waarom van de EU Taxonomie.

Hoe, wat en waarom over EU Taxonomie