Groene Kamer: ‘Alleen compenseren is niet haalbaar, het moet draaien om reductie’

Een aanscherping van het Bouwbesluit, leiderschap tonen en inspirerende casussen met elkaar delen. Van alle kanten naar de situatie kijken en verduurzaming meenemen in taxaties. Deze aanbevelingen en meer waren de uitkomst van de Groene Kamer van Dutch Green Building Council (DGBC).

De Groene Kamer is een bijeenkomst waar de praktijk van DGBC en de politiek van Den Haag samen komen om de verschillende kanten van verduurzaming in de sector te bespreken. GroenLinks-Kamerlid Laura Bromet luisterde naar de uitdagingen van verschillende DGBC-partners die de verduurzaming van het bouwproces en de gebouwde omgeving willen versnellen.   

Laetitia Nossek, programmamanager bij DGBC, opende de Groene Kamer met het onderstrepen van het belang van een complete aanpak op CO2-reductie in de bouw. In het verleden ging de aandacht vooral uit naar het verminderen van de zogenoemde operationele CO2-uitstoot. Dat is de uitstoot die ontstaat door het gebruik van gebouwen, denk aan liften, installaties, verwarming en koeling. Maar we gaan nu een stap verder, de materiaalgebonden uitstoot telt ook mee, zeker met onze bouwopgave. Dus de bouwmaterialen van realisatie, gebruik tot hergebruik en sloop. Daarbij moeten we meer van intenties naar commitments gaan. Het moet niet blijven bij inzichten verzamelen, maar we moeten ook echt actie ondernemen en verantwoordelijkheid nemen. We hebben hierbij de hele keten nodig, iedereen heeft een rol te spelen.”

‘Een drie voor de vastgoedsector’

Om binnen de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs te blijven (oftewel binnen 1,5 graden Celsius opwarming van de aarde), mag er wereldwijd maar een maximum hoeveelheid CO2 in de lucht zitten. Dat kun je omrekenen tot een budget per land, sector of gebouw en voor Nederland betekent dit een materiaalgebonden CO2-uitstoot met een maximum van 250 kilo CO2 per vierkante meter gebouw voor kantoren, berekende adviesbureau NIBE.

Mantijn van Leeuwen, directeur van NIBE: “Kort gezegd: het CO2-budget is in vier jaar op. We moeten als sector dus veel beter ons best doen, om binnen de 1,5 graad Celsius opwarming te blijven. Ik geef op dit moment de sector een drie, er wordt totaal niet nagedacht over het CO2-budget. Terwijl het wel mogelijk is binnen deze kaders te ontwikkelen en bouwen. Denk aan het nieuwe Leidse laboratoriumgebouw Biopartner 5. Het eerste gebouw in Nederland dat voldoet aan de Parijse klimaatdoelstellingen.”

Mireille Jeurnink van gebieds- en vastgoedontwikkelaar VanWonen vertelt dat zij al met een CO2-budget werken voor projecten. “Wij registreren CO2 om bij de les te blijven. Wij hebben voor elk project een materialenpaspoort en maken vooraf een inschatting hoeveel we verbruiken. Dit rekenen we nog een keer door bij oplevering. Deze data is ontzettend waardevol en geeft richting voor onze projecten.”  

Indirecte emissies

De indirecte emissies maken het lastig om CO2-neutraal te kunnen zijn. Rob Steijn, divisiedirecteur bij bouwbedrijf Dura Vermeer: “Het verminderen van de CO2-uitstoot in scope 1 (directe emissies door energiegebruik vanuit je eigen kantoren of wagenpark, red.) en 2 (indirecte emissies door energiegebruik van de organisatie, red.) is haalbaar. Maar dan hebben we het wel over slechts twee procent van alle uitstoot van Dura Vermeer. Bij scope 3 (indirecte emissies door derden die de (rest)producten gebruiken of verwerken, red.) wordt het uitdagend. We streven naar 50 procent CO2-reductie in 2030, met energieneutraal in 2050 als eindpunt. Vijftig procent reductie gaat ons lukken, maar helemaal neutraal is lastig, omdat niet iedereen in de sector zo ver is. Terwijl hier wel de echte CO2-reductie plaatsvindt.”

Compensatie niet haalbaar

Directeur Henri van Dam van ontwikkelaar Synchroon beschrijft hoe ze daar besparen: “We hebben inmiddels flinke stappen gezet: van volledig elektrisch transport tot een duurzaam kantoor met meer dan 800 planten. We besloten onze voetafdruk van onze projecten te compenseren met de aanplant van bomen. Voor 2021 hebben we met behulp van de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)- en Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG)-methodiek onze CO2-uitstoot uitgerekend. Dit kwam uit op 100.000 ton, wat we kunnen compenseren met het planten van circa 500.000 bomen. Hier liepen we wel tegen een praktisch probleem aan: Staatsbosbeheer en Trees For All hadden niet zoveel bomen. Dit geeft wel aan dat compenseren niet haalbaar is: het moet draaien om reductie.”

Dat begint bij Synchroon om de projecten energieneutraal te maken. Bij hoogbouw is dit soms nog lastig erkent Van Dam, maar door laagbouw energiepositief te maken wordt het onder aan de streep met elkaar verrekend.

Hij vervolgt: “We maken voor het berekenen van materiaalgebonden emissies gebruik van de Paris Proof-rekenmethodiek van DGBC. Binnen ons bedrijf krijgt ieder project nu twee budgetten: een financieel én een CO2-budget. Beiden moeten voldoen aan de eisen voordat een project groen licht krijgt.”

Wil je als ontwikkelaar naar Paris Proof toegaan, zegt Van Dam, moet er wel rekening gehouden worden met innovatie. “Zonder een stukje CO2-compensatie en het meerekenen van CO2-opslag in houtbouw, redden we het niet. Ook innovatieve materialen als geopolymeerbeton zijn nodig om projecten rond te rekenen.”

Aanbevelingen

Annemarie van Doorn, directeur DGBC, vraagt aan de aanwezigen wat er nodig is om de transitie door te zetten. Uit de zaal kwamen een flink aantal aanbevelingen voor de politiek en de markt.

  • CO2-budget wettelijk vastleggen in het Bouwbesluit.
  • Leiderschap tonen en inspirerende voorbeelden delen om zo partijen die achterblijven mee te nemen.
  • Bestaande wetgeving gebaseerd op ‘oude’ materialen aanpassen naar de nieuwe situatie.
  • Duurzaamheid op waarde schatten en dit meenemen in taxaties.
  • Als geheel naar de situatie kijken: het draait niet alleen om operationele uitstoot, maar de hele cyclus inclusief biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociale duurzaamheid.

Kamerlid Bromet is blij met de aanbevelingen, al is ze somber over het politieke draagvlak voor verduurzaming in de Tweede Kamer. “Ik schuif nog regelmatig aan bij debatten waar klimaatverandering wordt ontkend, laat staan dat partijen bereid zijn het Bouwbesluit aan te scherpen.” Ze geeft als laatste tip mee dat in de loop der jaren de systemen ingewikkeld genoeg zijn gemaakt: “Houd het simpel, zodat iedereen snapt wat er moet gebeuren en zich kan committeren. Niet alleen op basis van vrijwilligheid, maar ook door wet- en regelgeving. En bij dat laatste kan de politiek helpen.”

Bekijk alle foto's

Fotografie Roos Trommelen

Professionals

Mantijn van Leeuwen

Gerelateerd

Maarten Markus is manager duurzaamheid bij gebiedsontwikkelaar AM. We zetten in op het minimaliseren van de CO₂-uitstoot van gebouwen enerzijds en een positieve impact van het gebied anderzijds.

‘Door energieneutraal en biobased te bouwen kunnen we veranderen naar een klimaatpositieve sector’

Vastgoedorganisatie is een belangrijke speler op de Europese markt. Nienke Jacobs van de Nederlandse tak Dream Advisors aan het woord.

Maak kennis met onze nieuwe partner Dream Advisors

Marktpartijen met een WEii-licentie kunnen nu een een gecertificeerde WEii-score afgeven voor gebouwen.

WEii-certificering: hoe werkt dit?