DGBW: hoe wereldwijd gewerkt wordt aan een Paris Proof gebouwde omgeving


Het is een graag en gemakkelijk opgevoerd tegenargument wanneer er in Nederland ambitieuze verduurzamingsplannen worden opgeworpen. “Moeten wij het braafste jongetje van de klas zijn? En wat doen die andere landen dan?” Gelukkig bleek uit de expertsessie ‘Advancing Net Zero/Paris Proof’ van maandag 21 september 2020 dat wereldwijd werk wordt gemaakt van het verduurzamen van gebouwen om zo de Parijse klimaatdoelstellingen te halen.

Bekijk hier de opname van DGBW: Advancing net zero & Paris Proof.

Vanuit de Word Green Building Council (WorldGBC) is een mondiaal project opgestart onder de ambitieuze naam Advancing Net Zero. Victoria Burrows van de WorldGBC is klip en klaar over het doel van het project: netto geen CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving in 2050. Met deze heldere stip aan de horizon kunnen landen in de wereld actief aan de slag met de lokale invulling van dit doel. De WorldGBC staat de Green Building Councils bij in de ontwikkeling van dergelijke programma’s. Die zijn in ieder land weer anders.

Paris Proof in Nederland

Dutch Green Building Council (DGBC) bijvoorbeeld kiest voor een aanpak genaamd ‘Paris Proof’, een duidelijke term die de ambitie meteen duidelijk maakt: gebouwen in Nederland voldoen in 2050, maar het liefst al in 2040 aan het Parijse Klimaatakkoord. Dat kan door twee derde energie te besparen en door duurzame energie op te wekken. Als meeteenheid wordt kilowattuur gebruikt. Martin Mooij van DGBC: “Dat is duidelijk, dat kun je op de meter lezen.”

Energieopslag in Canada

In Canada vormen de lokale omstandigheden aanleiding voor een iets andere aanpak. Fin MacDonald namens de Canadese GBC: “In Canada hebben we, vooral in het noorden, te maken met korte dagen en lange periodes van koude. Dat is een grote uitdaging in het bereiken van de klimaatdoelen. Daarom speelt energieopslag een belangrijke rol in onze aanpak.” De Canadese methode, Zero Carbon Buildings, valt uiteen in een meetlat voor de ontwikkeling van nieuwe gebouwen, en een voor de gebouwprestaties.

Vanuit ervaring met kantoren naar andere gebouwtypen

Datzelfde geldt voor de werkwijze in het Verenigd Koninkrijk. Richard Twinn toont namens de UKGBC een grafiek die vergelijkbaar is met die van Nederland: we moeten energie besparen én duurzaam opwekken. “We hebben onze aanpak toegepast op kantoren. In deze markt zijn de geluiden positief. We gaan nu kijken of deze aanpak ook werkt in andere sectoren.”

Een plus op bestaand keurmerk

Dan Elizabeth Beardsley van de US Green Building Council. In Amerika is niet BREEAM, maar LEED de standaard voor duurzaam bouwen. Beardsley vertelt dat hier wordt gewerkt met een certificaat bovenop het bestaande LEED certificaat, het LEED Net Zero certificaat. Het ‘supplement’ bestaat nog niet heel lang, maar er zijn al 14 certificaten uitgedeeld, onder andere aan een basisschool in Arlington. Dit maakt volgens Beardsley de kinderen heel bewust van de klimaatdoelstellingen.

Geen gebouwen, maar gebouwde omgeving

Meer holistisch is de benadering in Australië. Niet de gebouwen staan er centraal, maar de gebouwde omgeving. “En hoe houden we de opwarming van de aarde onder de 1,5 graden”, aldus Jorge Chapa van de Australische equivalent van DGBC. Chapa heeft daarom zijn peilen gericht op de overheid en de regelgeving. “Kunnen we de Construction Code in Australië aanpassen?” Op die manier wil hij in Australië zijn doelen behalen: in 2030 alle nieuwe gebouwen Net Zero, in 2050 alle gebouwen. Hoewel Australië het keurmerk Greenstar hiervoor gebruikt, gaat het Chapa niet om certificaten: “We willen verandering, geen certificaten.”

Gerelateerd

Meer aandacht voor toxiciteit essentieel in transitie naar circulaire bouweconomie

Meer aandacht voor toxiciteit essentieel in transitie naar circulaire bouweconomie

‘We bouwen nu hét probleem van de toekomst’

‘We bouwen nu hét probleem van de toekomst’

‘Behoefte aan eenduidig framework voor klimaatadaptieve gebouwen’

‘Behoefte aan eenduidig framework voor klimaatadaptieve gebouwen’