Hermen Smelt, architect bij Inbo: ‘Robuust ontwerpen met aandacht voor vervangbaarheid is de uitdaging’

De CO2-impact van een gebouw is meer dan alleen de impact door het energiegebruik. Ook de CO2-impact van materialen telt mee. De Europese BuildingLife aanpak zet dit op de agenda en werkt met een maximaal CO2-budget voor gebouwen. Verschillende ambassadeurs maken zich hard voor deze aanpak. Hermen Smelt, architect en creatieve engineer bij Inbo, is er één van.

BUILDINGLIFE Spotlight #6

Smelt is als architect en creatieve engineer betrokken bij verschillende fasen van het bouwproces, van schetsontwerp tot uitvoeringsgereed ontwerpen en esthetische begeleiding. Vanuit zijn technische kennis wil Smelt kunnen sturen op de beste projectoplossingen. Het type projecten waar hij bij Inbo aan werkt zijn zowel complexe woningbouwprojecten als kantoren groter dan duizend vierkante meter.

Wat motiveerde je om #BuildingLife Ambassadeur te worden?

Helder, een meer integrale aanpak van een duurzamere leefomgeving is nodig. BuildingLife geeft de mogelijkheid om breder dan eigen discipline en grensoverschrijdend bezig te zijn met deze verduurzaming met hopelijk ook de nodig lokale praktische vervolgstappen die gezet worden, waar nodig vanuit regelgeving en de overheid gestimuleerd.

Op welke manier draagt Inbo bij aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving?

Inbo neemt haar verantwoordelijkheid en vraagt aandacht voor verschillende aspecten van duurzaamheid en een inclusieve maatschappij. Enkele speerpunten uit ons beleid zijn: “De gebouwen en wijken die wij maken, dragen meetbaar bij aan een gezondere leefomgeving en aan de transformatie naar een toekomstbestendige circulaire economie” en “Wij creëren de condities voor een gezonde en inclusieve stad met woningen voor alle doelgroepen”. Het praktisch maken in projecten gebeurt op verschillende manieren en is soms weerbarstig in de praktijk. Opdrachtgevers hebben soms wel de ambitie, maar op financiën sneuvelen deze regelmatig. Als groot architectenbureau willen we dit echter blijvend aandacht vragen en sturen op de meest duurzame oplossingen binnen onze projecten.

Hoe letten jullie op het reduceren van CO2 op gebruiks- én materiaalgebied?

In onze bedrijfsvoering sturen we al op reductie van CO2. Enkele jaren geleden hebben we deze ook laten bepalen. En wat bleek, onze bedrijfsvoering staat gelijk aan de bouw van een eengezinswoning per jaar. Dat is relatief weinig. Onze grote winst is dus vooral te halen in het werk dat we doen voor onze opdrachtgevers. In onze projecten zoeken we naar duurzame oplossingen. Door het BuildingLife programma gaan we een aantal projecten nader onderzoeken. Ook kijken we naar onze rol als ontwerpende partij en hoe we kunnen sturen op het minimaliseren van de CO2-impact, juist ook in materiaalgebruik.

Welke elementen zijn belangrijk in de weg naar een totaalbenadering van CO2-impact: Whole Life Carbon?

Duidelijke meetinstrumenten en vooral ook data vanuit leveranciers, zodat goede en realistische vergelijkingen gemaakt kunnen worden. Aangezien ambitie vaak strandt op geld is ook druk vanuit regelgeving nodig om ook opdrachtgevers te dwingen stappen te ondernemen. Ook met leveranciers gaan we gesprekken aan om te kijken hoe duurzaam hun product is en of wij kunnen helpen in de keten van ook het terugwinnen van grondstoffen uit lopende renovaties en losmaakbaarheid voor nieuwe ontwerpen voor de toekomst.

Hoe kun je materiaalgebonden en gebruiksgebonden uitstoot met elkaar verbinden?

De beste manier om ze nu inzichtelijk te krijgen, is op basis van de MPG en BENG-berekeningen. Die  moeten toch gemaakt worden voor elk project. Aandachtspunt in ontwerpen is ook om robuust te ontwerpen en rekening te houden met vervangbaarheid van elementen. Ook onderhoudsarm ontwerpen kan bijdragen in het beperken van uitstoot. Aandacht moet er ook zijn om eindgebruikers te instrueren in het goed gebruik van het gebouw. Theoretisch kan een plan goed presteren op operationele CO2-prestaties, maar bij verkeerd gebruik wordt dit uiteraard niet behaald in de praktijk.

Welke verschillen zie je in de aanpak per land?

Vertrekpunt verschilt sterk per land. In Nederland gaan we van het gas af en in Duitsland leggen ze het net aan. Meer internationale afstemming zou tot effectievere oplossingen kunnen leiden. Voor producenten die producten in veel landen verkopen is ook eenduidigheid in aanpak en data-vraag nodig. Hierdoor kunnen leveranciers sneller en beter aan de vraag voldoen en zal er eerder goede data zijn om mee te sturen op de beste oplossingen.

Hoe stimuleren jullie marktpartijen om met de Whole Life Carbon aanpak aan de slag te gaan?

In projecten waar Inbo aan werkt, vragen we naar wat er al gedaan wordt. Grotere aannemers en bedrijven hebben vaak wel iemand die ermee bezig is. Maar vaak bestaat er afstand tot de daadwerkelijke uitvoering. Door het gesprek te voeren wordt de totaalbenadering van CO2-impact hopelijk steeds meer integraal onderdeel van de projecten.

Bijdragen aan #BuildingLife

Wil je bijdrage leveren aan #BuildingLife? Meld je dan aan als Ambassadeur, of lees hier meer over #BuildingLife.

DGBC-partners

Inbo

Gerelateerd

Mantijn van Leeuwen, directeur van NIBE: “Het is essentieel om over te schakelen van reductiedoel-denken naar denken in CO2-budget”

Mantijn van Leeuwen, directeur van NIBE: “Het is essentieel om over te schakelen van reductiedoel-denken naar denken in CO2-budget”

Klimaattop Glasgow: Build Better Now

Klimaattop Glasgow: Build Better Now

Leidraad Circulair Ontwerpen Platform CB'23: werkafspraken voor een circulaire bouw

Leidraad Circulair Ontwerpen Platform CB'23: werkafspraken voor een circulaire bouw