Founding partner Valstar Simonis: ‘Eenduidig keurmerk als BREEAM-NL helpt om partijen mee te krijgen’

Samenwerken met partijen uit de hele keten. Het klinkt eenvoudig, maar dat is het lang niet altijd. Voor Valstar Simonis is het een gedachtegoed dat altijd top of mind is. En niet alleen dat, er wordt ook dagelijks naar gehandeld. Mede daarom achtte het advies- en ingenieursbureau het vijftien jaar geleden als erg nuttig om zich direct aan te sluiten bij DGBC. Een blik op het verleden, heden en de toekomst met deze founding partner.

De samenwerking tussen verschillende partijen uit de keten, was een van de redenen dat DGBC direct stappen kon zetten, legt Theo de Boer (directeur bij Valstar Simonis) uit. Het initiatief kwam echt vanuit de markt en daarom was er veel enthousiasme. “Maar het was destijds wel gedurfd. Dat sprak mij wel aan.” Beleggers, ontwikkelaars, leveranciers en architecten; de hele sector was volgens De Boer in de begindagen al betrokken bij het initiatief. “En een eenduidig keurmerk als BREEAM-NL hielp natuurlijk ook enorm om al die partijen mee te krijgen.” Door de jaren heen heeft Valstar Simonis veel gehad aan de samenwerking met DGBC. “We zijn altijd nauw betrokken geweest. We hebben veel collega’s in de werkgroepen gehad, werken met BREEAM-NL, maar hebben bijvoorbeeld ook bijgedragen aan het Framework voor circulaire gebouwen. De kennisuitwisseling en samenwerking is passend bij hoe wij zelf als bedrijf opereren.”  

Gezondheid 

Ook vandaag de dag merkt De Boer dat samenwerking in de gebouwde omgeving cruciaal is. “Als advies- en ingenieursbureau kijken we heel breed naar gezondheid, comfort, duurzaamheid en energiegebruik. Hierbij kun je denken aan alles wat in een gebouw zit: van verlichting, tot klimaatinstallaties en van beveiliging tot sanitair en IT. Maar dat gaat altijd in samenwerking, bijvoorbeeld met een architect, bouwfysicus of constructeur. Samen maken we een integraal duurzaam en gezond gebouw.”  

In de huid van gebruikers kruipen 

De Boer legt uit dat een belangrijke rol is weggelegd voor zijn bedrijf om duurzaamheid en gezondheid zo vroeg mogelijk op de agenda te zetten. “Wij stellen direct veel vragen en zoeken uit waarom een opdrachtgever specifieke behoeften heeft en of die ook noodzakelijk zijn. Daarbij houden we altijd het thema gezondheid in ons achterhoofd. Uiteindelijk gaat het om de bewoners of gebruikers van een gebouw.” Daarbij gaan de experts van Valstar Simonis tot het uiterste: “We moeten in de huid kruipen van de gebruiker. Gezondheid is meer dan installatietechniek. Het gaat over daglicht, het slim ontwerpen van bijvoorbeeld een gevel, zodat mensen niet achter glas in de zon zitten en de airco vol aanzetten. Samen met de andere ontwerpende partijen proberen we de ideale situatie te creëren.”  

Is een nieuw gebouw wel nodig?

Gebouwen moeten ook toekomstbestendig zijn en niet schadelijk zijn voor de aarde. Circulair ontwerpen is daarbij een optie. Maar er gaat volgens De Boer nog een belangrijke vraag aan vooraf: “Is een nieuw gebouw überhaupt noodzakelijk? Als dat antwoord ‘ja’ is, bouw dan vooral circulair is zijn credo. “Met het energievraagstuk zijn we al vrij ver, maar circulair bouwen is nog volop in ontwikkeling, zeker op het gebied van installaties.” En als dat nieuwe gebouw er komt, breng dan in kaart waar het gebouw uit bestaat. “Wij leggen alles vast in een materiaalpaspoort. Dan weet je over pakweg twintig jaar best aardig wat erin zit, maar ook welke waarde het vertegenwoordigt.” En ook hier geldt: samenwerken. “Alleen dan kunnen we circulaire gebouwen en installaties realiseren.”  

Samenwerken, samenwerken, samenwerken 

De handen ineenslaan zal volgens De Boer in de toekomst nog belangrijker worden. Dat maakt dat hij ook daarin voor DGBC in de komende jaren een belangrijke rol ziet weggelegd. “De missie is eigenlijk hetzelfde gebleven. Samen met marktpartijen willen we verandering bewerkstelligen. En er is in de sector nog heel veel dat moet veranderen.” Wel is de focus in de loop der jaren anders geworden, constateert De Boer. “Het begon met energie en BREEAM-NL, in de loop der jaren is er aandacht gekomen voor gezondheid en nu werkt DGBC aan een eenduidige definitie van sociale duurzaamheid. Die vernieuwing is ook nodig en kan DGBC aanwakkeren.”   

Sociale impact 

Sociale impact blijkt ook binnen zijn bedrijf onderwerp van gesprek. Ondanks dat sociale duurzaamheid een vrij abstract begrip is, ziet De Boer er echt de waarde van in. “Bij ons zijn de meeste mensen technisch opgeleid, maar we besteden ook heel veel aandacht aan sociale vaardigheden. We willen een goede samenwerkingspartner zijn en nog beter achter de vraag van opdrachtgevers komen.” Maar het gaat verder dan dat. Het gaat volgens hem uiteindelijk om de mensen die in de gebouwen verblijven die zij ontwerpen. Daarbij zoomt hij in op een onderwerp dat de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt. “Er zijn tal van theoretische onderzoeken die benoemen dat gezonde gebouwen het ziekteverzuim verlagen. Goede ventilatie, groen en voldoende daglicht spelen daarin een rol. Om dat te realiseren zijn de kosten voor energie wellicht hoger. Als je het begrip duurzaamheid in zijn totaliteit ernaast legt, haal je dat er altijd uit.” Een lager ziekteverzuim scheelt veel meer geld en is plezieriger voor mensen, luidt zijn logische conclusie.  

We leven volgens hem soms te veel in een spreadsheetmaatschappij. “Ik blijf het zeggen: het gaat om de mensen en hun leefomgeving. Daar hebben we binnen onze organisatie echt oog voor.” Maar sociale duurzaamheid uit zich volgens De Boer ook in hele praktische zaken: We sponsoren evenementen die we een warm hart toe dragen. We proberen op veel vlakken het goede voorbeeld te geven.”  
 

Leiderschap 

Volgens De Boer is dat iets dat in de gehele bouwketen de komende jaren ook vaker moet gebeuren. Goede voorbeelden helpen volgens hem bij het zetten van de juiste stappen. Leiderschap speelt daarin een belangrijke rol. “Ik geloof erg in de combinatie van motivatie van individuen en leiders die opstaan. Opdrachtgevers, overheden, banken, investeerders en beleggers moeten een voorbeeld zijn.”  

Maar dat alleen zal niet genoeg zijn. Wet- en regelgeving en goede kaders opstellen helpt ook. Daarin kan DGBC ook nog van betekenis zijn. “Soms moet er door instituten aan knoppen worden gedraaid om vooruitgang te realiseren.” Als voorbeelden geeft hij de EPC en op het gebied van materialen de MilieuPrestatie Gebouwen. “Als je elke twee jaar een beetje bijstuurt help je de markt om duurzamer en circulair te opereren.” De Boer gelooft dat DGBC met de focus op verschillende thema’s kan helpen om de komende jaren het einddoel in de gaten te houden. “Zo’n partij houdt je scherp en brengt je in contact met andere partijen, voor waardevolle kennisuitwisseling. Als je enigszins geïnteresseerd bent in duurzaamheid dan had je DGBC de afgelopen jaren al gevonden. Zo niet, dan kan dat altijd nog.”  

DGBC-partners

Valstar Simonis BV

Gerelateerd

Building Life ambassadeur Sven ’t Hart is junior adviseur bij adviesbureau Merosch.

'CO2-gestuurd bouwen is nog een relatief onbekend onderwerp'

Intentieverklaring markeert een samenwerking tussen 14 vooraanstaande ketenpartners uit de ontwerp-, techniek- en bouwsector, gericht op de praktijktoets Milieuprestatie Gebouwen (MPG).

Unieke samenwerking tussen ketenpartners voor Praktijktoets MPG

Adviesbureau De Groene Jongens adviseert bedrijven en gebouweigenaren bij hun verduurzamingsprocessen.

Duurzaamheid als hoogste doel: adviesbureau De Groene Jongens wil altijd meer impact maken