Deerns: Neem CO2-indicator als norm voor duurzaamheid

Een CO2-indicator die aangeeft hoeveel CO2 een gebouw tijdens de gehele levensduur uitstoot, kan alle bestaande prestatienormen voor gebouwen overbodig maken. Nu zit er bijvoorbeeld bij de EnergiePrestatie Gebouwen (EPG), Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG) en de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) geen verbinding tussen de milieuschade van gebruikte materialen en de uitstoot van het energiegebruik. Een gemiste kans vinden Linus Klaassen en Peter Buurman, duurzaamheidsadviseurs bij ingenieursbureau Deerns.  

“Het mooiste ontwerp is als je in je ontwerp op energie en materiaalgebruik de beste keuze kunt maken. Vanuit Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG) wil je een zo hoog mogelijke energieprestatie, maar elke millimeter isolatiemateriaal of pomp is extra materiaal en dat telt daarin niet mee”, zegt Klaassen. “Het is een gewogen keuze. Als je een energetisch perfect gebouw wil, kun je materiaal niet negeren. Dat is dweilen met de kraan open. Het voordeel van één methode is dat je je besluit kunt baseren op de totale CO2-uitstoot over de gehele levensduur van een gebouw”, vult Buurman aan.  

Parel in de Polder 

Daarom is bij de plannen voor het project Parel in de Polder van De Vries en Verburg het proces eens anders aangepakt. Daar maakte Deerns deel uit van een team met alle ontwerpende partijen op het gebied van installaties, gebouw en materialen en de BENG- en EPG-adviseurs. “De ambitie was om een optimaal proces te krijgen door ontwerpers, tekenaars en rekenaars bij elkaar te zetten. Dat zorgt voor meer inzicht, betere beslissingen en je ziet samen meteen het effect van een mogelijke aanpassing”, zegt Buurman. Klaassen vult aan: “In het project staat eerlijkheid centraal. Het doel is om de totale invloed op het milieu inzichtelijk te maken. Ook de invloed van uitgesloten materialen op de milieuprestatie (zoals een groot deel van de zonnepanelen) zijn opgenomen.” 

“In dit geval wilden we meer zonne-energie opwekken, maar ook materiaalarm werken. Bij Parel in de Polder kwamen we in twee dagen met een eerste schets van het ontwerp naar de opdrachtgever, rekening houdend met zowel energie- en materiaalgebruik. Een inspirerend proces, energiegevend”, blikt Buurman terug.   

Kostenanalyse in uitstoot 

De adviseurs zien liever een Whole Life Carbon analyse op basis van CO2-uitstoot dan de Levenscyclusanalyse op basis van euro’s. “Dat sluit ook beter aan bij de Europese doelstellingen. Je kunt er een CO2-indicator aan hangen en zo het CO2-gebruik van je pand blijven volgen. Het energiegebruik verandert in de loop der jaren en dat kun je zo in de gaten houden. Net als bij het EnergieKompas, waarin je precies kunt bijhouden hoe Paris Proof je gebouw is en wat je nog kunt doen om er te komen.  

Een losse CO2-indicator maakt het makkelijker om één doel voor duurzaamheid te hebben: zo min mogelijk CO2-uitstoot. “De vele beschikbare methodes om duurzaamheid te meten maken duurzaam bouwen onnodig gecompliceerd. Invulling van deze methodes kost tijd. Nu moet je het doen met een duurzaamheidsinterpretatie per instrument, de losse CO2-indicator representeert de algehele duurzaamheid in een getal“, zegt Klaassen. Door deze integrale beoordeling kun je een afweging maken over de hele breedte van je gebouw en worden de Paris Proof en de materiaalgebonden emissies in één getal samengevat.” 

Projecten verdienen een WLC-aanpak  

Zij pleiten ook voor een Whole Life Carbon-adviseur in ieder ontwerpteam. Die helpt bij het bepalen van CO2-uitgangspunten en het zetten van doelstellingen waarmee de architect aan de slag kan. Vervolgens legt het ontwerpteam de uitgangspunten voor materialen vast op basis van de CO2-indicator. De architect, constructeur en installatie-ontwerpers kunnen die meenemen in de tekeningen. “Deze persoon is adviseur en zit zo vroeg mogelijk in het proces, waar de eerste keuzes worden gemaakt. Partijen hebben nog te weinig verstand van Whole Life Carbon”, zegt Buurman. Klaassen vult aan: “Het betrekken van zo’n adviseur in een gevorderd ontwerpstadium, betekent vaak dat er al veel ontwerpkeuzes vast staan. Denk hierbij aan de oriëntatie van een pand of de keuzes voor het gevelontwerp. Wanneer het ontwerp op hoofdlijnen al is gedeeld met en goedgekeurd door de opdrachtgever is er geen weg meer terug.” 

Buurman: “Het is nog een leerproces, omdat niet altijd duidelijk is welke keuze beter of slechter uitvalt voor Whole Life Carbon. We hebben meer kennis en ervaring nodig. Wat mij betreft gaan we hier ook speciaal mensen voor opleiden. En Whole Life Carbon-adviseurs kunnen vanuit elke ontwerpdiscipline komen." Klaassen: “Het belangrijkste is dat de persoon interdisciplinair kan kijken naar een ontwerp en dat er een berekening uit komt die alle aspecten meeneemt.” 

SDG's

Logo voor Duurzame steden en gemeenschappenDuurzame steden en gemeenschappen

Gerelateerd

DuurzaamheidsCertificering: ‘Je hoeft niet meteen een 10 te halen’

DuurzaamheidsCertificering: ‘Je hoeft niet meteen een 10 te halen’

Met voornamelijk gebruikte materialen hebben Popma ter Steege Architecten (PTSA) en Vink Bouw een voormalig defensiegebouw omgevormd tot een hoogwaardig Rijkskantoor

Architectenbureau PTSA ontwerpt 'kantoor vol afval' voor Rijksvastgoedbedrijf

De whitepaper over EU Taxonomie is vernieuwd. Deze herziene uitgave neemt je mee in het hoe, wat en waarom van de EU Taxonomie.

Hoe, wat en waarom over EU Taxonomie