‘We bouwen hier aan leefomgevingen en gemeenschappen’ 

Provincie Flevoland

Flevoland is dit jaar gastprovincie van de Dutch Green Building Week. Een passende rol voor een provincie die midden in de grote ruimtelijke opgaven van Nederland staat. De komende jaren moet Flevoland ruimte bieden aan woningbouw, economische ontwikkeling, de energietransitie en natuurontwikkeling, terwijl tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving behouden blijft. Een complexe puzzel, erkent gedeputeerde Ellentrees Müller, die onder meer Ruimtelijke Ordening, Wonen, Mobiliteit en Infrastructuur in haar portefeuille heeft. In aanloop naar de Dutch Green Building Week spreekt DGBC met Müller over de uitdagingen én kansen van duurzame gebiedsontwikkeling in de jongste provincie van Nederland. 

Op de foto: Ellentrees Müller tijdens de Woonweek Beeld: DanielSylla

Flevoland heeft relatief veel landbouwgrond, maar staat tegelijkertijd onder druk door woningbouw, economische groei, energieprojecten en de natuuropgave. Hoe zoekt u daarin de balans?

“We hebben een omgevingsvisie opgesteld. Daarin hebben we heel duidelijk beschreven hoe we de toekomst van Flevoland zien en welke strategieën daarbij horen. We kijken niet alleen naar gemeentegrenzen, maar vooral naar sterke leefregio’s. Dat zijn gebieden waarin mensen wonen, werken, leren en recreëren. Daarnaast richten we ons op economische ecosystemen die passen bij Flevoland, zoals agritech, energie, maritiem, slimme mobiliteit en hightech. Ook hebben we specifieke gebieden aangewezen voor verschillende functies. Zo zijn er gebieden aangewezen als open landbouwgebied waar het primair draait om landbouw en het behoud daarvan. Naast gebieden met primair behoud zijn er ook plekken aangegeven waar ruimte ontstaat voor andere ontwikkelingen, zoals natuurversterking of bosontwikkeling in bijvoorbeeld verwevingsgebieden. Dit zijn gebieden waar meerdere functies samenkomen. Dat landbouwgrond soms zal moeten wijken voor andere functies is onvermijdelijk. We hebben te maken met grote nationale opgaven op het gebied van wonen, energie en natuur. Daarom hebben we een afwegingskader opgesteld. We hebben niet bepaald hoeveel landbouwgrond mag verdwijnen, maar wel onder welke voorwaarden dat mogelijk is. Elke ontwikkeling moet passen binnen het toekomstbeeld dat we voor Flevoland hebben vastgesteld. Zo proberen we richting te geven aan alle keuzes die op ons afkomen en ervoor te zorgen dat inwoners hier ook in de toekomst prettig kunnen wonen, werken, leren en recreëren.” 

Veel inwoners ervaren druk op hun leefomgeving door verstedelijking, mobiliteit en klimaatverandering. Hoe zorgt u ervoor dat de gebouwde omgeving niet alleen efficiënt, maar ook gezond en mensgericht blijft? 

“Dat is de uitdaging waar we voor staan. Woningbouw op zichzelf is niet zo ingewikkeld. De echte vraag is: hoe bouw je een samenleving? Stenen stapelen is niet zo moeilijk, maar mensen moeten er ook prettig kunnen wonen. Dan ga je kijken naar voorzieningen, bereikbaarheid, groen en ruimte voor ontmoeting. Flevoland is daarin anders dan veel andere provincies. Wij hebben niet overal een historische infrastructuur waarop we kunnen voortbouwen. Veel voorzieningen moeten gelijktijdig met nieuwe ontwikkelingen worden gerealiseerd. We horen van inwoners dat ze juist voor Flevoland kiezen vanwege de ruimte en de natuur. Dat moeten we koesteren. Daarom hebben we in onze omgevingsvisie opgenomen dat er rondom steden en dorpen ingezet wordt op groene randen als uitloopgebied en overgang naar het landelijk gebied. Deze overgangen zijn belangrijk voor recreatie, biodiversiteit, waterberging en gezondheid. In Almere zie je bijvoorbeeld dat de stad zo is ontworpen dat iedereen een park in de buurt heeft. Voor de kleinere kernen, die de komende jaren ook gaan groeien, ligt daar een nieuwe uitdaging. Hoe zorg je ervoor dat groen en leefkwaliteit behouden blijven wanneer dorpen groter worden? Dat vraagt om bewuste keuzes in gebiedsontwikkeling.” 

Hoe weet u of inwoners hun leefomgeving ook daadwerkelijk als prettig ervaren? 

“We gebruiken verschillende instrumenten om te meten hoe inwoners hun leefomgeving ervaren. We werken met een monitor Brede Welvaart waarin meer dan dertig indicatoren zijn opgenomen. Daarnaast houden we eens per twee jaar een inwonerspeiling. Daarmee toetsen we of de cijfers overeenkomen met hoe mensen hun leefomgeving ervaren. Interessant is dat cijfers en beleving niet altijd hetzelfde vertellen. Op papier kunnen afstanden tot voorzieningen in Flevoland relatief groot zijn. Maar inwoners ervaren dat vaak helemaal niet als een probleem, omdat ze bewust hebben gekozen voor de ruimte die Flevoland biedt. Dat laat zien dat leefkwaliteit niet alleen draait om meetbare indicatoren, maar ook om hoe mensen hun omgeving beleven.” 

Als u vooruitkijkt naar 2040, hoe ziet de ideale gebouwde omgeving van Flevoland eruit? 

“Ik hoop dat we dan een provincie hebben waarin groei en kwaliteit hand in hand gaan. Een provincie waarin voorzieningen goed verdeeld zijn over de leefregio’s, waarin mobiliteit op orde is en waarin groen altijd dichtbij is. We hebben in onze omgevingsvisie uitgangspunten opgenomen die ervoor zorgen dat natuur en groen bereikbaar en zichtbaar zijn. Mensen moeten vanuit hun woning groen kunnen zien, op loopafstand een groene omgeving kunnen bereiken en altijd natuur in de buurt hebben. Het gaat om meer dan woningen bouwen. We bouwen leefomgevingen en gemeenschappen. Daar horen scholen, openbaar vervoer, ontmoetingsplekken en recreatiemogelijkheden bij. Tegelijkertijd zien we dat het Rijk veel druk op ons legt om woningen te realiseren. Die ambitie begrijpen we, maar ook in Flevoland is de druk op de ruimte groot met alle opgaven die er liggen. Maar woningbouw kan niet los worden gezien van voorzieningen. Wanneer komt de bus in een nieuwe wijk rijden? Wanneer is er voldoende infrastructuur? Wanneer is er een school? Dat zijn allemaal voorwaarden om een gebied echt succesvol te ontwikkelen.” 

Beeld: Provincie Flevoland

Wat is de grootste uitdaging om dat ideale toekomstbeeld te realiseren? 

“Dat zit ‘m vooral in de voorwaarden. Netcongestie is daar een goed voorbeeld van. Zonder voldoende elektriciteitscapaciteit kun je simpelweg geen woningen bouwen. Daarom werken wij samen met andere provincies aan afspraken over netbewust bouwen. Daarmee kunnen we meer woningen realiseren, maar eigenlijk vinden we dat dit soort vraagstukken landelijk opgelost zouden moeten worden. Een ander cruciaal punt is bereikbaarheid. Veel infrastructurele investeringen waarvan ooit werd uitgegaan, zijn nog niet gerealiseerd. Als je geen stroom hebt, heb je een probleem. Maar als je geen goede fysieke verbindingen hebt, geldt dat net zo goed. Wij kunnen als provincie een belangrijke bijdrage leveren aan de nationale woningbouwopgave, maar dan moeten de voorwaarden wel op orde zijn.” 

Is er al een plek in Flevoland die dicht bij het ideaalbeeld komt? 

“Dat hangt af van persoonlijke voorkeuren. Ik ben zelf een stadsmens, maar ik wil wel graag een park in de buurt hebben. Wat ik mooi vind aan steden als Almere en Lelystad is dat ze ruim zijn opgezet en veel groen bevatten. Dat zijn kwaliteiten die we moeten behouden. Tegelijkertijd weten we dat we soms moeten verdichten om voorzieningen rendabel te houden. Dan ontstaat de vraag hoe je kunt verdichten zonder het karakter van een gebied te verliezen. Je ziet ook dat de manier waarop we naar gebiedsontwikkeling kijken, verandert. Vroeger draaide het vooral om zo snel mogelijk woningen bouwen. Tegenwoordig kijken we veel nadrukkelijker naar de vraag hoe mensen prettig kunnen wonen en leven. Dat zie je bijvoorbeeld terug in nieuwe ontwikkelingen waar geluk, leefkwaliteit en openbare ruimte een belangrijk uitgangspunt vormen. Die omslag is essentieel als we willen bouwen aan toekomstbestendige gemeenschappen.” 

Wat hoopt u dat inwoners over 20 jaar zeggen over uw inspanningen voor de provincie?  

“Ik hoop dat ze zeggen dat we hebben vastgehouden aan het toekomstbeeld dat we voor Flevoland hebben ontwikkeld. Er komen voortdurend nieuwe opgaven op ons af, van defensie tot energie en klimaat. Sommige ontwikkelingen hebben een grote impact op de leefomgeving en kunnen we niet voorzien. Juist dan is het belangrijk om vast te houden aan een duidelijke visie. Flevoland kan een belangrijke bijdrage leveren aan nationale opgaven. Dat willen we ook. Maar wel op een manier die past bij het karakter van deze provincie. De ruimte, het groen en de kwaliteit van de leefomgeving zijn geen restposten. Dat zijn juist de kwaliteiten die Flevoland aantrekkelijk maken. Ik hoop dat inwoners over twintig jaar kunnen zeggen dat we die kwaliteiten hebben weten te behouden, terwijl we tegelijkertijd ruimte hebben geboden aan de groei en ontwikkeling die Nederland nodig heeft.” 

‘Flevoland kan een belangrijke bijdrage leveren aan nationale opgaven’