‘Op duurzaamheid moet je niet met elkaar concurreren’

a.s.r. real assets

Hoe maak je de gebouwde omgeving toekomstbestendig? Voor a.s.r. real assets is dat antwoord niet te vinden in een individueel gebouw, maar in samenwerking. Als langetermijninvesteerder in vastgoed en andere real assets kijkt de organisatie nadrukkelijk verder dan financieel rendement. Thema’s als klimaatadaptatie, circulariteit, biodiversiteit en leefbaarheid zijn integraal onderdeel van de manier waarop wordt geïnvesteerd, ontwikkeld en beheerd. Dit jaar sloot het zich aan als strategisch partner van DGBC. Robbert van Dijk, Managing Director Residential, en Gerben Sinke, Manager Sustainability (ESG), vertellen waarom samenwerking volgens hen dé sleutel is tot een toekomstbestendige gebouwde omgeving.

Managing director Woningen

Manager Sustainability (ESG)

De tijd waarin duurzaamheid een afzonderlijk thema was, ligt achter ons. Tegenwoordig bepaalt duurzaamheid steeds vaker hoe projecten worden ontwikkeld, gefinancierd en beheerd. “De grootste uitdaging is om de verduurzamingsopgave betaalbaar te houden”, zegt Sinke. “Dat geldt zowel voor ons als langetermijnbelegger als voor de mensen die in onze woningen wonen. Daarom is het belangrijk dat de sector een gezamenlijke richting kiest. Als iedereen dezelfde stip op de horizon heeft, kun je ook gezamenlijk versnellen.”

Volgens Van Dijk begint die versnelling al ruim voordat de eerste paal de grond in gaat. “Gemeenten, ontwikkelaars, bouwers en beleggers hebben elkaar nodig. Als je pas met elkaar in gesprek gaat wanneer het ontwerp al klaar is, ben je eigenlijk te laat. Juist aan de voorkant kun je bepalen welke duurzaamheidsambities je wilt realiseren én hoe je die financieel haalbaar maakt.” Die integrale aanpak wordt volgens hem steeds belangrijker. Betaalbaarheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefkwaliteit zijn geen losse thema’s meer, maar beïnvloeden elkaar voortdurend.

Keuzes met lef

Dat de sector dezelfde kant op beweegt, is volgens beide heren een goede ontwikkeling. De uitdaging zit volgens hen vooral in de uitvoering. Nieuwe oplossingen brengen onzekerheden met zich mee en vragen om partijen die bereid zijn om buiten de gebaande paden te denken. “Veel innovaties zijn inmiddels technisch mogelijk”, zegt Van Dijk. “Maar mensen vragen zich nog steeds af: kan het wel, wat kost het en hoe werkt het straks in de praktijk? Soms moet je simpelweg de stap durven zetten. De projecten die vandaag lef tonen, vormen morgen de nieuwe standaard.” Dat lef zit volgens Van Dijk niet alleen in spraakmakende nieuwbouwprojecten, maar juist ook in het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Hij noemt een renovatieproject in Houten als voorbeeld, waar a.s.r. real assets een wijk met grondgebonden woningen uit de jaren zeventig en tachtig op een rendabele manier richting Paris Proof heeft gebracht. “De grootste winst zit vaak niet in nieuwbouw, maar in de bestaande voorraad”, zegt hij. “In Houten hebben we laten zien dat je bestaande woningen ingrijpend kunt verduurzamen zonder de financiële haalbaarheid uit het oog te verliezen. Dat vraagt om een goede businesscase, slimme materiaalkeuzes en intensieve samenwerking met de bouwpartners.”

Beeld: Shutterstock

Van Dijk benadrukt dat het minstens zo belangrijk is dat bewoners vanaf het begin worden meegenomen in de plannen. Een renovatie van deze omvang heeft immers grote gevolgen voor de mensen die er wonen. “Je kunt een technisch perfect plan maken, maar uiteindelijk moeten bewoners er ook comfortabel kunnen wonen én de voordelen ervaren. Pas als techniek, financiën en bewonersbelang samenkomen, wordt verduurzaming echt succesvol.” Volgens Sinke is een andere belangrijke stap naar succesvolle verduurzaming het kiezen van de juiste partners. “Je wilt samenwerken met partijen die dezelfde ambitie hebben. Als je vanaf dag één samen aan tafel zit, kun je duurzame keuzes integraal meenemen. Dat is veel effectiever dan halverwege een project nog proberen bij te sturen.”

Vervlochten thema’s

Duurzame keuzes genoeg. En de thematiek is de afgelopen jaren veranderd en uitgebreid, concluderen beiden. Waar energiebesparing inmiddels gemeengoed is geworden, bevindt een onderwerp als biodiversiteit zich volgens Sinke nog in een beginstadium. Ook rondom dit thema lijkt samenwerking het credo. “De bouw- en vastgoedsector heeft een grote impact op natuur. Tegelijkertijd kunnen we juist ook bijdragen aan herstel. Dan moet je wel dezelfde taal spreken en op een vergelijkbare manier kunnen bepalen wat biodiversiteit in de gebouwde omgeving betekent.” Hij ziet daarom veel potentie in de ontwikkeling van gezamenlijke methodieken, zoals de recent gelanceerde Natuur Portfolio Index, waaraan DGBC samen met marktpartijen werkt. “Je hoeft niet iedere plant of vogel te tellen. Het begint met de juiste randvoorwaarden creëren: voldoende groen, ruimte voor water en een leefomgeving waarin flora en fauna zich kunnen ontwikkelen. Als de basis op orde is, volgt biodiversiteit vanzelf.” Van Dijk merkt op dat veel thema’s met elkaar vervlochten zijn, ook met biodiversiteit. “Groen draagt ook bij aan klimaatadaptatie, vermindert hittestress en maakt buurten prettiger om in te wonen. Dat zijn thema’s die steeds sterker met elkaar verbonden raken.”

Meten & impact

Naast actuele thema’s heeft ook Europese regelgeving de afgelopen jaren veel veranderd. De CSRD en andere ESG-richtlijnen hebben organisaties gedwongen hun duurzaamheidsinformatie beter op orde te brengen. Volgens Sinke heeft dat veel opgeleverd. “We hebben enorme stappen gezet in de kwaliteit van onze data en onze interne processen. Daardoor kunnen we duurzaamheid beter sturen en beter onderbouwen.” Tegelijkertijd waarschuwen beide collega’s dat rapporteren nooit een doel op zich mag worden. “Het grote voordeel van Europese regelgeving is dat greenwashing veel moeilijker wordt”, zegt Van Dijk. “Er zijn duidelijke definities en rapportagestandaarden. Dat zorgt voor transparantie. Maar uiteindelijk gaat het erom dat gebouwen daadwerkelijk duurzamer worden. Alle aandacht mag niet op papier blijven hangen.” Sinke wijst daarbij ook op de sociale kant van duurzaamheid. “Veel van onze impact zit juist in het dagelijkse contact tussen onze mensen en huurders. Een prettige, veilige woonomgeving of een sterke buurt laat zich veel moeilijker meten dan energieprestaties, terwijl die maatschappelijke waarde minstens zo groot is.”

Kennisdeling versnelt transitie

Juist daarom ziet a.s.r. real assets veel waarde in het strategisch partnerschap met DGBC. De verduurzaming van de gebouwde omgeving vraagt om gezamenlijke kennisontwikkeling. “Je kunt als organisatie veel zelf doen,” zegt Sinke. “Maar uiteindelijk moet de sector samen optrekken. Daarvoor heb je gezamenlijke standaarden, methodieken en een gemeenschappelijke taal nodig. DGBC vervult daarin een belangrijke rol.” Voor Van Dijk sluit dat naadloos aan bij de manier waarop a.s.r. real assets al jaren naar duurzaamheid kijkt. “Wij hebben onze kennis nooit gezien als concurrentievoordeel. Op duurzaamheid moet je niet met elkaar concurreren. Juist door ervaringen te delen, help je de hele sector vooruit.” Hij ziet daarin ook een bredere verantwoordelijkheid. De uitdagingen waar de gebouwde omgeving voor staat, blijven zich ontwikkelen. Klimaatadaptatie, netcongestie en waterbeheer vragen opnieuw om nieuwe oplossingen. “We hebben de afgelopen jaren veel bereikt, maar we zijn er nog lang niet. Op het moment dat je een doel hebt gehaald, dient het volgende zich alweer aan. Daarom moeten we ambitieus blijven en vooral samen blijven optrekken. Alleen zo maken we de gebouwde omgeving écht toekomstbestendig.”