‘Nederland zit nog altijd in de kopgroep’

CBRE Investment Management

Als institutioneel vastgoedbelegger staat CBRE Investment Management (CBRE IM) voor een interessante opgave: verduurzamen zonder de economische realiteit uit het oog te verliezen. Tijdens een gesprek met Managing Director & Fund Manager Paul Oremus en duurzaamheidsmanager Ruben Zonnevijlle blijkt dat verduurzaming veel meer behelst dan het energievraagstuk. Klimaatadaptatie, materiaalgebonden emissies, biodiversiteit en sociale duurzaamheid schuiven nadrukkelijk naar voren. Voor CBRE IM zijn die ontwikkelingen genoeg reden om de samenwerking met DGBC te intensiveren met het recente strategisch partnerschap.

Managing Director & Fund Manager

Asset Management – Sustainability

CBRE IM behoort tot de grootste vastgoedinvesteerders ter wereld. De organisatie beheert wereldwijd ruim 154,8 miljard dollar (30 juni 2026) aan vastgoed- en infrastructuurinvesteringen en is actief in twintig landen. Vanuit Nederland beheert CBRE IM vastgoedportefeuilles voor onder meer pensioenfondsen en verzekeraars, met investeringen in onder andere woningen, kantoren, logistiek en retail. Een duurzame vastgoedportefeuille is een gezonde portefeuille, maar hoe zorg je daarvoor? Volgens Oremus en Zonnevijlle bevindt de vastgoedsector zich inmiddels in een nieuwe fase van verduurzaming. Waar de afgelopen jaren vooral werden gekenmerkt door aandacht voor operationele energieprestaties en CO₂-reductie, verschuift de focus steeds meer naar de impact van materialen, klimaatrisico’s en bredere maatschappelijke waarde.

Embodied carbon

“CO₂ blijft een belangrijk thema, en we zijn inmiddels volop bezig met de uitvoering van onze strategie”, vertelt Zonnevijlle. “De grootste impact van ons vastgoed komt nog steeds door het energieverbruik van de gebouwen, en daar ligt onze hoogste prioriteit. Maar we kijken inmiddels ook naar de bouw- en constructiefase.” Daarmee doelt hij op de zogenoemde embodied carbon: de uitstoot die vrijkomt bij de productie, het transport en de verwerking van bouwmaterialen. Daar ligt volgens CBRE IM een grote uitdaging voor de komende jaren. Oremus verwacht dat de sector hierin snel stappen zal zetten. “Iedereen is op zoek naar manieren om de uitstoot tijdens de bouw fors terug te brengen. Niet alleen door nieuwe materialen te gebruiken, maar ook door bestaande materialen slimmer toe te passen. Zo moet het uiteindelijk haalbaar en schaalbaar worden.”

Oog voor klimaatadaptatie

Naast CO₂-reductie zien beide heren klimaatadaptatie als een van de belangrijkste opkomende thema’s. Extreem weer, hitte, droogte en wateroverlast hebben directe gevolgen voor vastgoedportefeuilles. “Daar zijn we echt een volgende fase ingegaan”, zegt Zonnevijlle. “We beschikken over steeds meer data en inzichten, maar tegelijkertijd roept dat nieuwe vragen op. Welke risico’s zijn het meest urgent? Waar investeer je als eerste in? En hoe combineer je klimaatadaptatie met andere duurzaamheidsdoelen?” Ook watergebruik zal volgens hem de komende jaren hoger op de agenda komen te staan. “Hoewel slimme metingen helpen om verbruik beter inzichtelijk te maken, blijft vooral het waterverbruik nog lastig goed te meten.”

Duurzaamheid moet onderdeel zijn van het rendement

Als institutioneel belegger staat CBRE IM voor een voortdurende afweging tussen duurzaamheid en financieel rendement. Toch ziet Oremus die twee niet als tegenpolen. “Onze primaire opdracht blijft het realiseren van rendement voor onze investeerders. Maar verduurzaming hoort daar inmiddels, binnen het mandaat en de rendementseisen, gewoon bij. Uiteindelijk investeer je ook in de toekomstbestendigheid van je portefeuille.” Het uitgangspunt is volgens hem dat verduurzaming geen losstaande kostenpost mag zijn. “Dat hebben we eigenlijk altijd al gezegd. Verduurzaming moet in principe aan dezelfde rendementseisen voldoen als andere investeringen. Dat lukt niet altijd volledig, maar meestal wel. Juist binnen die randvoorwaarden ontstaan vaak de meest innovatieve oplossingen.”

Mooi dat we met deze intensievere samenwerking opnieuw een volgende stap kunnen zetten

Sociale component

Naast klimaatvraagstukken groeit binnen CBRE IM de aandacht voor sociale duurzaamheid. Een ontwikkeling die volgens Zonnevijlle ook volop in beweging is. “De sociale component wordt steeds belangrijker, maar de uitdaging is om die concreet en meetbaar te maken. Wat betekent sociale duurzaamheid precies voor een vastgoedportefeuille? Welke doelstellingen horen daarbij? En hoe rapporteer je daarover?” Volgens hem helpt DGBC de sector om dergelijke vraagstukken verder te concretiseren. Om die reden sloot het bedrijf zich ook aan bij de Alliantie Sociale Duurzaamheid. Een voorbeeld waar sociale duurzaamheid volgens hen nadrukkelijk terugkomt, is de gebiedsontwikkeling rond Amsterdamse Poort in Amsterdam-Zuidoost. Daar draait het niet alleen om vastgoedkwaliteit, maar ook om de maatschappelijke impact op de directe omgeving.

Biodiversiteit niet langer randonderwerp

Ook biodiversiteit ontwikkelt zich volgens beide gesprekspartners van een nicheonderwerp tot een strategisch vraagstuk voor vastgoedbeleggers. “In andere sectoren is biodiversiteit al veel langer een belangrijk thema”, zegt Oremus. “Binnen vastgoed is het nog relatief nieuw. Daarom is het waardevol om via DGBC en initiatieven zoals de Natuur Portfolio Index samen te verkennen hoe biodiversiteit concreter en meetbaarder kan worden gemaakt. Daarmee krijgen we meer inzicht in wat biodiversiteit concreet betekent voor gebouwen en gebieden.” Juist op dit vlak ziet CBRE IM grote meerwaarde in het strategisch partnerschap met DGBC. “Je kunt als organisatie zelf het wiel proberen uit te vinden, maar DGBC brengt kennis, praktijkervaring en marktpartijen samen. Daardoor ontstaat veel sneller duidelijkheid over wat werkt en wat niet.”

Beeld: CBRE Investment Management

Samen optrekken

En veel werkt al vrij goed in Nederland, volgens Oremus. Nederland loopt wereldwijd voorop en behoort volgens hem internationaal gezien nog altijd tot de kopgroep op het gebied van vastgoedverduurzaming. Tegelijkertijd ziet hij ruimte voor verbetering, vooral als het gaat om samenwerking op gebiedsniveau. Netcongestie, warmtenetten en de energietransitie vragen volgens hem om meer regie en betere samenwerking tussen marktpartijen en overheden. “Veel uitdagingen kunnen individuele vastgoedeigenaren niet alleen oplossen. Daar is samenwerking voor nodig.”

En ook hierbij hoopt hij dat de intensivering van de samenwerking met DGBC een rol kan spelen. “We hebben voor veel thema’s al duidelijke doelstellingen geformuleerd”, besluit Oremus. “Maar de vraag is steeds vaker: hoe gaan we die in de praktijk realiseren? Op onderwerpen als biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociale duurzaamheid staan we nog relatief aan het begin. Dan helpt het enorm als je samen kunt optrekken met andere partijen die dezelfde ambitie hebben.” Voor Zonnevijlle markeert het strategisch partnerschap vooral een logisch vervolg op een lange geschiedenis. “We zijn al jarenlang betrokken bij DGBC. Mooi dat we met deze intensievere samenwerking opnieuw een volgende stap kunnen zetten.”