

Beeld: Shutterstock
Stel je voor. Je loopt ’s avonds door een straat. Het is donker. De gordijnen zijn nog open, de lampen aan, en je kijkt de woonkamers in. In de ene kamer zit een gezin aan tafel, ergens anders staat iemand alleen bij het aanrecht, verderop klinkt muziek en zie je een dansend stel, daar flikkert het licht van de tv in een verder donkere kamer, ergens anders maakt een stel ruzie. En dan besef je: jij speelt geen rol in hun leven. Zij hebben hun eigen leven. Je bent slechts een onbeduidende figurant, een stipje, tussen duizenden andere stipjes, die allemaal denken dat zij het middelpunt zijn. Iedereen hoofdrolspeler in zijn eigen volle verhaal en onbeduidende figurant in alle andere verhalen.
Het woord Sonder raakte me. Niet alleen omdat ik het gevoel herken en ik het woord mooi gekozen vind, maar omdat het ineens woorden gaf aan iets wat ik in mijn werk voortdurend tegenkom. Niet alleen mensen gedragen zich alsof ze de hoofdpersoon zijn in hun eigen verhaal. Organisaties, sectoren en instituties doen dat ook. En dat verklaart misschien waarom het verduurzamen van sectoren zo taai is.
Samen met mijn collega’s werken wij aan transitiestrategieën, nieuwe businessmodellen, plannen en samenwerkingsverbanden en schaalbare initiatieven die uiteindelijk moeten leiden tot een duurzame economie. Mooi werk. Werk waar ik nog steeds elke dag energie en inspiratie van krijg. Ook taai en weerbarstig werk, waarbij het lijkt of we elkaar soms maar niet willen begrijpen en langs elkaar en tegen elkaar in werken. Wat volstrekt logisch en aantrekkelijk lijkt komt vaak niet verder dan een gesubsidieerde pilot, weer een volgend onderzoek of een overlegtafel.
Neem de bouw. Er moeten honderdduizenden woningen gebouwd worden, terwijl er een tekort is aan grondstoffen, stikstofruimte en mensen. Het moet sneller, goedkoper, circulair, groener, weerbaarder tegen klimaatverandering. Het moet allemaal. Maar het gaat zo tergend langzaam en het is zo inefficiënt.
Mensen zijn meestal niet dom of onverschillig
Dat komt volgens mij dus door Transitie Sonder. Het besef dat allerlei partijen samen één transitie voor elkaar moeten krijgen, maar ondertussen leven ze in hun eigen werkelijkheid, waarin de anderen slechts figuranten zijn. Geen verschillende woonkamers dit keer, maar verschillende kantoren.
In het ene kantoor zit de architect. Zij wil een mooi en duurzaam gebouw neerzetten, natuurinclusief, toekomstbestendig. Ze wil het heel graag anders doen, maar begrijpt niet waarom de aannemer daar steeds tegenaan schopt en het afwijst.
In een ander kantoor zit de aannemer. Hij wil ook wel, echt, maar hij kan niet structureel duurder zijn dan zijn concurrent. Er is omzet nodig, er zijn salarissen te betalen. Hij begrijpt niet waarom de architect dat niet snapt. En waarom de bank hem telkens weer afremt en geen kapitaal geeft voor investeringen.
Weer een ander kantoor: de bank. Ook daar wil men vooruit, de duurzaamheidsambities staan zwart op wit. Maar het risicomodel is gebouwd op decennia aan data, en deze aanvraag past er simpelweg niet in. Die risico’s kunnen ze niet nemen. Ze begrijpen niet waarom de marktpartijen dat niet snappen. En waarom de overheid geen duidelijker kader stelt.
En dan de ambtenaar in zijn kantoor. Ook hij zou willen dat hij scherpere eisen kon stellen. Maar zonder politiek draagvlak houdt dat geen stand. Hij begrijpt niet waarom de markt niet gewoon zelf beweegt. Dat zou echt helpen.
Vier kantoren. Vier verhalen. Elke keer een nieuwe hoofdrolspeler in zijn eigen verhaal en realiteit. De anderen zijn figuranten die dwarsliggen, vertragen en niet begrijpen hoe het werkelijk zit. Terwijl zijzelf precies diezelfde tegendraadse figuranten blijken te zijn.
De werelden komen niet vanzelf bij elkaar. Mensen zijn meestal niet dom of onverschillig. We zitten vast in Transitie Sonder. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen raam naar buiten en vergeet dat achter al die andere ramen óók een volkomen logische werkelijkheid bestaat.
Wat de transitie nodig heeft is niet nog een project, nog een onderzoek, nog een overlegtafel, nog een conferentie met weer een keynote speaker die uitlegt dat het echt anders moet. Wat we nodig hebben is bij elkaar op bezoek gaan, aan tafel zitten en elkaar gaan begrijpen. En dat we gaan zien dat we niet allemaal in ons eigen verhaal leven, maar in één verhaal waarin we allemaal de hoofdrol spelen die zich tot elkaar hebben te verhouden.


Lucas Simons
Transitie deskundige – Oprichter NewForesight
Keynote speaker op het DGBC-congres


Van 7 tot en met 11 september staat de Dutch Green Building Week 2026 in het teken van The art of changing together, the power of acting as one. De week draait om de vraag hoe we samen kunnen werken aan een toekomstbestendige gebouwde omgeving en brede welvaart. De uitdagingen waar de sector voor staat, vragen immers om samenwerking over organisaties en sectoren heen.
Een belangrijk onderdeel van de week is het DGBC Congres op dinsdag 8 september in de Kunstlinie in Almere. Honderden professionals uit de bouw en vastgoedsector komen daar samen voor een middag vol inspiratie, kennisdeling en ontmoeting. Het programma bestaat uit een plenair programma en twee rondes met break-outsessies, met onderwerpen als klimaatadaptatie, circulariteit, biodiversiteit, biobased bouwen en sociale duurzaamheid.
Ook Lucas Simons, wiens column je hierbovenleest, is een van de sprekers tijdens het congres. Onder leiding van dagvoorzitter Evita Rozenberg delen verschillende sprekers hun kennis en ervaringen en gaan zij met elkaar in gesprek over de uitdagingen én mogelijkheden voor de gebouwde omgeving.
De Dutch Green Building Week brengt zo professionals bij elkaar om kennis te delen, nieuwe verbindingen te leggen en gezamenlijk stappen te zetten richting een toekomstbestendige gebouwde omgeving.
Meer informatie over de Dutch Green Building Week en het volledige programma vind je via de knop hieronder.