

‘Duurzaamheid moet integraal onderdeel worden van ons handelen’
Dura Vermeer stuurt projecten op euro’s én CO₂
Beeld: Daniel Verkijk (Verkijk.nl)
Duurzaam bouwen vraagt om ambitieuze doelen, maar vooral om manieren om die doelen in de dagelijkse praktijk waar te maken. Dura Vermeer stuurt daarom in projecten niet alleen op euro’s, maar ook op CO₂. Tegelijkertijd zoekt het bouwbedrijf nadrukkelijk de samenwerking met andere partijen. Als strategisch partner van Dutch Green Building Council (DGBC) wil Dura Vermeer kennis delen, leren van anderen en duurzame oplossingen helpen opschalen. “Duurzaamheid is al lang geen apart thema meer, maar een integraal onderdeel van ons handelen”, meldt Lizzy Butink, directeur Duurzaamheid van Dura Vermeer Divisie Bouw en Vastgoed.


Lizzy Butink
Directeur Duurzaamheid Divisie Bouw en Vastgoed


Raimond Rozeboom
Directievoorzitter bij Dura Vermeer Bouw en Vastgoed Utrecht
Dura Vermeer heeft twee belangrijke strategische duurzaamheidsambities. De eerste draait om CO₂-reductie en de weg naar Net Zero. In 2030 wil het bedrijf zijn CO₂-uitstoot dan ook met 50 procent hebben teruggebracht ten opzichte van 2022. De tweede ambitie, Ruimte voor Natuur, richt zich op natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit.
Voor de CO₂-opgave verschuift de impact – en daarmee de aandacht – steeds nadrukkelijker naar bouwmaterialen. Circa een derde van de uitstoot hangt volgens Dura Vermeer nog samen met het energiegebruik van gebouwen tijdens hun levensduur. “Dit was in 2022 nog de helft van de uitstoot. Twee derde bevindt zich inmiddels in de toegepaste materialen. Onze kracht en de verantwoordelijkheid die we daarin nemen, zit echt in die materialentransitie”, licht Butink toe. “We moeten er daarom voor zorgen dat beton steeds minder CO₂ veroorzaakt, dat we hout gaan opschalen en betaalbaar krijgen, en dat we bij renovatie bijvoorbeeld biobased isoleren en circulair glas toepassen. De uitdaging is om ze op te schalen en tot het nieuwe normaal te verheffen.”


Beeld: Daniel Verkijk (Verkijk.nl)
Dit betekent bijvoorbeeld dat ontwerpteams verschillende alternatieven tegen elkaar kunnen afwegen. Niet alleen de kosten en opbrengsten worden zichtbaar, maar ook de klimaatimpact. Die informatie wordt vervolgens meegenomen richting ontwerp, uitvoering en uiteindelijk inkoop. Die werkwijze maakt volgens Dura Vermeer grote klimaatdoelstellingen bovendien begrijpelijker voor de mensen die ze in projecten moeten realiseren. “Heel hoge ambities zijn soms moeilijk”, legt Butink uit. “Dan is de vraag: ‘Oké, maar hoe komen we daar dan?’ Door het in kleine stappen op te delen met een werkwijze die bekend is, kun je ze echt eigenaarschap laten pakken. En als je daarmee heel veel mensen bereikt, kun je uiteindelijk ook grote impact maken.”
Juist verderop in de keten ligt nog een flinke uitdaging. Het bewustzijn van de CO₂-impact is volgens Dura Vermeer nog niet in alle disciplines even sterk ontwikkeld. “Eigenlijk proberen we de hele keten bewust te maken”, licht Rozeboom toe. “Niet alleen onze eigen medewerkers, maar vooral ook onze partners moeten willen meebewegen met het reduceren van de impact van de keuzes die ze maken.”
Verschillende opgaven per regio
CO₂-reductie is niet de enige uitdaging waarmee de bouwsector te maken heeft. Netcongestie, stikstof, woningbouw, circulariteit en arbeidsmarktkrapte hebben allemaal invloed op projecten. Welke opgave het zwaarst weegt, verschilt volgens Dura Vermeer bovendien per regio en project. Zo speelt netcongestie in Utrecht nadrukkelijk en vraagt de krappe arbeidsmarkt om een hogere productiviteit. Dura Vermeer kijkt daarvoor onder meer naar slimmer en efficiënter werken, industrialisatie en de toepassing van AI om bepaalde werkzaamheden te automatiseren.


Beeld: Black Rabbit Studio
Toch hoeft vooruitgang niet altijd zichtbaar te zijn in een groot en opvallend voorbeeldproject, meent Rozeboom. Juist de kleine beslissingen op de bouwplaats laten zien dat een andere manier van denken langzaam onderdeel wordt van het dagelijkse werk. “Ik kan er enorm van genieten als iemand in de uitvoering op de bouwplaats bewust nadenkt over een keuze waarmee hij minder impact kan maken”, vertelt hij enthousiast. “We zien verandering op alle niveaus.”
Hierin herkent Butink een kantelpunt: duurzaamheid wordt steeds minder iets waarvoor uitsluitend duurzaamheidsspecialisten verantwoordelijk zijn. “Je krijgt steeds vaker dingen terug van mensen waar je zelf helemaal niet meer bij betrokken bent geweest. Dan merk je dat mensen het niet eens alleen meer ‘voor de duurzaamheid’ doen. Het wordt gewoon onderdeel van het nieuwe normaal. Dat geeft mij heel veel energie.”
Samen de beweging groter maken
Voor Butink bouwt het strategisch partnerschap voort op een lange relatie met DGBC. Zo nam ze zo’n dertien jaar geleden deel aan het Future Leaders-programma en zit ze inmiddels al jaren in de Raad van Advies. Juist de verbindende kracht die ze toen al bij DGBC zag, is volgens haar nodig om de verduurzaming van de gebouwde omgeving te versnellen. “Ik zie DGBC als een partij die een koers uitzet, een stip op de horizon zet en ons weer bij elkaar brengt”, knikt Butink, die al jaren in de Raad van Advies zit. “Er zijn bij diverse bedrijven goede ideeën en goede acties. Die moet je samenbrengen om die olievlek groter te maken, op te schalen en van elkaar te leren.”
Dura Vermeer ziet het partnerschap daarbij nadrukkelijk als tweerichtingsverkeer. “Het klinkt misschien een beetje als een open deur: alleen ga je sneller, maar samen kom je verder”, lacht Rozeboom. “Wij kunnen echter heel veel kennis en ervaring brengen waarmee we andere leden kunnen helpen. Tegelijkertijd weet ik zeker dat er ook leden zijn die óns kunnen inspireren, en zo versterk je elkaar.”
Beeld: Nabor Fotografie
Beton als onderdeel van de oplossing
Een van de ontwikkelingen die volgens Butink nog onvoldoende wordt gezien, is hoe snel beton verduurzaamt. Want waar beton vanwege zijn hoge CO₂-impact vooral als probleem wordt beschouwd, kan het volgens haar steeds meer onderdeel worden van de oplossing. “Als je ziet hoe snel de verduurzaming de afgelopen jaren is gegaan, vind ik dat heel indrukwekkend. Met een belangrijke partner hebben we al 70 procent CO₂-reductie in het betonmengsel bereikt en dat passen we ook toe. Nu moeten we zorgen dat dit groot wordt.”
Een tweede kans ligt volgens Rozeboom in passief en installatiearm bouwen. Minder installaties kunnen niet alleen het materiaal- en energiegebruik beperken, maar ook gevolgen hebben voor bouwkosten, onderhoud en uiteindelijk de woonlasten. Daarmee raakt deze technische keuze direct aan een ander groot maatschappelijk vraagstuk: betaalbaar wonen. “Ik vind dat we daar nog kansen laten liggen”, aldus Rozeboom.
Technische oplossingen zijn hiermee maar één kant van de transitie. De andere is ervoor zorgen dat steeds meer mensen weten wat er mogelijk is, succesvolle toepassingen overnemen en duurzaamheid meenemen in hun gewone beslissingen. Precies daarin zien Butink en Rozeboom ook een rol voor communicatie en samenwerking. “Je kunt allemaal goede dingen doen, maar we moeten er ook met elkaar over praten”, vindt Butink. “Als we op die manier dat nieuwe normaal creëren – weten wat er moet gebeuren en daar steeds meer mensen enthousiast voor krijgen – dan zijn we er volgens mij.”
Eigenlijk proberen we de hele keten bewust te maken