

Ruim 350 vertegenwoordigers uit de bouw- en vastgoedmarkt, overheid en kennisorganisaties kwamen op donderdag 27 november samen voor het Paris Proof Congres 2025. Het thema dit jaar: ‘Paris Proof is future-proof’, op een toepasselijke locatie: het iconische Evoluon. Dagvoorzitter Emmy Scholten, Chief Sustainability Officer bij Paul de Ruiter Architects, opende het congres met een krachtige boodschap: “Het kan wel, als we samen werken.”
De urgentie was voelbaar. In een volle zaal kwamen koplopers, vernieuwers en beleidsmakers bijeen om samen de koers uit te zetten naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving. De boodschap was helder: de tijd van kleine stappen is voorbij. Alleen door radicaal anders te denken en samen te werken, kunnen we de klimaatdoelen van Parijs halen.
Cristina Gamboa, CEO van de World Green Building Council (WGBC), opende het congres met een wereldwijde blik. “De gebouwde omgeving is wereldwijd verantwoordelijk voor bijna 40% van de CO₂-uitstoot. In 2024 werd de 1,5°C-grens voor het eerst een heel jaar overschreden. Dat maakt onze missie urgenter dan ooit,” benadrukte Gamboa.
Wereldwijd werken inmiddels 85 Green Building Councils en 51.000 bedrijven samen aan een duurzame toekomst. “Nederland loopt daarin voorop met de Paris Proof-aanpak en het Framework for Climate Adaptive Buildings,” aldus Gamboa. Ze heette de aanwezige Belgische Green Building Council, die net is opgericht, hartelijk welkom in het netwerk.
Gamboa vertelde over haar aanwezigheid op de wereldwijde klimaattop COP30 in Brazilië: “De WGBC heeft in 2026 het belang van gebouwen op de kaart gezet.” Ze onderstreepte de samenwerking met DGBC: “We werken veel en prettig samen met DGBC. Het werk van DGBC was bijvoorbeeld essentieel in het project Building Life, waarin we routekaarten hebben ontwikkeld voor de implementatie van Whole Life Carbon (WLC) in Europa.”


Laetitia Nossek, programmamanager bij DGBC, presenteerde een update van het Paris Proof rekenprotocol voor materiaalgebonden emissies. Ze introduceerde de zogenoemde klimaatklassen. Een klassensysteem dat naast de oorspronkelijke 1,5-gradendoelstelling uit 2020 kan worden gelegd. “Deze update maakt het mogelijk om op een andere manier te communiceren over materiaalgebonden CO₂-uitstoot in de bouw,” lichtte Nossek toe. Het vormt een aanvulling op het protocol uit 2021, waarin ambitieuze grenswaarden werden vastgelegd.
De update is ingegeven door het besef dat het resterende CO₂-budget voor nieuwbouw vrijwel op is en het 1,5-gradenscenario niet langer haalbaar lijkt, terwijl de bouwopgave groot blijft. “Met de klimaatklassen kan er over projecten worden gecommuniceerd in verhouding met de methodiek, maar blijft reductie centraal staan”, aldus Nossek.
DGBC pleit daarbij voor een ‘no-regret’-strategie: maximaal inzetten op beter benutten van de bestaande bouw, renovatie, circulariteit en innovatie, en transparant communiceren over de impact van keuzes. “Naast het protocol volgt binnen afzienbare tijd een whitepaper met een verklaring over de effecten van deze keuze,” besluit Nossek.
Marjolein Demmers, directeur van Natuur & Milieu benadrukte dat de woonopgave in Nederland vraagt om creativiteit en lef. Samen met onder andere DGBC zet Natuur & Milieu het thema ‘beter benutten’ op de agenda: hoe realiseren we de woonopgave binnen planetaire grenzen.
“Er is een wooncrisis, schaarste aan ruimte én een CO₂-plafond. De oplossing? Slimmer gebruik van bestaande gebouwen. Splitsen, optoppen, transformeren – het kan sneller, goedkoper en met veel minder uitstoot”. Gemeenten zien de voordelen van deze aanpak, maar in de praktijk vormen regelgeving en parkeernormen nog vaak een rem. Demmers wees erop dat alle politieke partijen inzetten op beter benutten van bestaande gebouwen, maar dat de praktijk vaak blijft hangen op risico’s en stoere taal over grootschalige nieuwbouw. Ze pleitte voor een omgekeerde piramide in de aanpak van de woonopgave. Allereerst moet worden ingezet op het beter benutten van bestaande gebouwen, gevolgd door renoveren. Daarna komt optoppen en aanbouwen als derde stap. Nieuwbouw is pas de laatste optie, en dan uitsluitend circulair en energieneutraal. Deze volgorde zorgt ervoor dat de beschikbare ruimte en bestaande voorraad optimaal worden benut, met minimale impact op het milieu.
“Meer flexibiliteit en maatwerk zijn ook nodig om het potentieel te benutten. Blijf agenderen, werk case by case en maak het aantrekkelijk voor gemeenten en bewoners.” Volgens Demmers is het essentieel om het beleid en de uitvoering te blijven onderzoeken en te zorgen voor voldoende budget en lef, juist in westerse landen.


Heleen de Coninck, hoogleraar aan de TU Eindhoven en Radboud Universiteit, gaf een uniek inkijkje in het internationale klimaatbeleid en het proces achter de IPCC-rapporten. Als vicevoorzitter van de wetenschappelijke klimaatraad en een van de hoofdauteurs van het 1,5°C-rapport, vertelde zij hoe zo’n rapport tot stand komt: “Het IPCC-rapport is volledig geneutraliseerd en gebaseerd op de wetenschappelijke literatuur, zonder normatieve uitspraken. Tijdens de review zijn er duizenden commentaren en onderhandelen landen zelfs over de wetenschappelijke inhoud.”
De Coninck benadrukte dat het verschil tussen 1,5°C en 2°C opwarming grote gevolgen heeft, bijvoorbeeld voor het risico op armoede door extreme weersomstandigheden. Ondanks de complexiteit en de grote opgave, ziet zij ook hoopvolle ontwikkelingen: “Klimaatbeleid werkt – de CO₂-uitstoot is al behoorlijk afgenomen.” Haar oproep aan de sector: voer transitiebeleid en benut systeemtransities, want nul uitstoot is echt iets anders dan halveren.


Dat het mogelijk is, bewijst Achmea. Bart-Jan Lijnkamp presenteerde hoe de verzekeraar in 2030 volledig klimaatneutraal wil zijn: “De campus in Apeldoorn is al gasloos en energieneutraal, het wagenpark wordt elektrisch en circulaire inkoop is de norm.”
Een mooi voorbeeld is dat medewerkers van Achmea een klimaatbudget ontvangen, waarmee zij hun eigen woonsituatie kunnen verduurzamen. Achmea bezit veel eigen vastgoed, maar stelt ook duidelijke eisen aan verhuurders van panden die zij huren.
Lijnkamp benadrukte dat klimaatverandering de kern van het verzekeringsvak raakt en dat verzekeraars een cruciale rol spelen in de transitie. “In Florida is inmiddels zo’n 30% van de woningen niet meer verzekerbaar door klimaatverandering,” aldus Lijnkamp.
Klimaatverandering is nu al verantwoordelijk voor meer dan een derde van de verzekerde weergerelateerde schade. Achmea waarschuwt bovendien voor stijgende premies als gevolg van extreem weer.
Gerko Koenen van Hazenberg TBI vertelt onder andere over de TBI Klimaattrein: “Met de TBI Klimaattrein zetten we in op versnelling. Het is een combinatie van een fonds en een actieve community, bedoeld voor medewerkers van TBI, ketenpartners, impact-startups, onderzoekers en lokale initiatieven. Het doel? Samen een #niettestoppenbeweging vormen en concrete stappen zetten richting een klimaatneutrale sector.”
Een van de projecten die mede mogelijk wordt gemaakt, is de ontwikkeling van een Net Zero-standaard voor de Nederlandse bouw- en vastgoedsector, zowel op portfolio- als gebouwniveau. DGBC voert dit project uit in samenwerking met Stichting Climate Cleanup en Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO), ook wel bekend van de CO₂-Prestatieladder.
Het Paris Proof Congres 2025 liet zien: de toekomst van bouwen is nú en wordt steeds concreter. Dit past mooi bij wat gedragswetenschapper Reint Jan Renes tijdens het Paris Proof congres in 2023 noemde: “Doen versterkt doen, het kan niet fout, begin en leer, draag lessen over”.





















