

The Art of Changing Together, The Power of Acting as One. De transitie van de gebouwde omgeving vraagt om een gezamenlijke beweging die de impact van individuele initiatieven versterkt. Dat was de rode draad van het Dutch Green Building Week Congres in Kunstlinie Almere, waar op 8 september ruim 400 professionals samenkwamen.
De opgaven waar Nederland voor staat zijn groot en nauw met elkaar verweven. Klimaatverandering, woningbouw, water, natuur en grondstoffengebruik kunnen daarom niet los van elkaar worden aangepakt. Om tot oplossingen te komen, is verbeeldingskracht nodig. Maar verbeelden alleen is niet genoeg. Het realiseren van een duurzame toekomst vraagt om een gezamenlijke transitiestrategie, systeemdenken en samenwerkingtussen partijen. Het is tijd om de stap te zetten van experimenteren naar opschalen en uitvoeren.
Want één ding werd tijdens het DGBW-Congres opnieuw duidelijk: we kunnen het niet alleen.


DGBC-directeur Brigit Gerritse over het belang van die integrale benadering: “Juist door opgaven integraal te benaderen en klimaat, natuur, woningbouw en brede welvaart met elkaar te verbinden, kunnen oplossingen ontstaan die meerdere doelen tegelijk dienen. Daarbij zijn lef, samenwerking en het daadwerkelijk maken van keuzes noodzakelijk.”
Dagvoorzitter Evita Rozenberg gaf het woord aan Baukje Kramer en Hillebrand Koning van de Provincie Flevoland. Met plannen voor circa 190.000 woningen en een mogelijke groei van 50 procent is de schaal van de opgave in de regio groot. Maar woningbouw gaat over veel meer dan het realiseren van woningen alleen. Het gaat om de ontwikkeling van gebieden waar mensen zich thuis voelen, elkaar kunnen ontmoeten en prettig kunnen leven.


Tegelijkertijd raakt deze ontwikkeling aan grote opgaven: het klimaat, water, de natuur en brede welvaart. Dat vraagt om een integrale blik, samenwerking en oog voor verschillende belangen. De centrale vraag is daarmee niet alleen hoeveel we bouwen, maar vooral hoe we samen bouwen aan een toekomstbestendige samenleving.
In haar keynote The Art of Collective Imagination stond Aniek Moonen (Future Design Institute) stil bij de kracht van verbeelding. Om een leefbare toekomst te realiseren, moeten wij ons eerst voorstellen hoe die eruit kan zien.
Moonen vertelde over haar ervaringen in Californië, waar grote bosbranden de gevolgen van klimaatverandering steeds tastbaarder maakten. De omvang van het klimaatprobleem kan verlammend werken, maar: ‘Wat kan je als individu betekenen tegenover zulke grote systeembarrières?’


Moonen draaide het perspectief daarom om naar: ‘Wat als het wel goed komt? Wat als we daadwerkelijk van koers veranderen?’
Volgens haar hebben we te maken met een verbeeldingscrisis. De beelden die we als samenleving hebben van wat normaal, mogelijk en wenselijk is, bepalen mede welke keuzes we maken. Technologische verandering kunnen we ons relatief gemakkelijk voorstellen. Veel moeilijker is om sociaal-culturele veranderingen te verbeelden. Daarom moeten we volgens Moonen niet alleen nadenken over waarschijnlijke of voorspelde toekomsten, maar over gewenste toekomsten.
Dat vraagt om radicale verbeeldingskracht, perspectiefwisseling en de bereidheid om nieuwe dingen met nieuwe regels uit te proberen. Daarbij mogen wij volgens haar ook absurd durven denken. Verbeelding ontstaat bovendien niet individueel, maar in relatie met anderen, in de collectieve verbeelding.
Hoe die gezamenlijke verandering er in de praktijk uit kan zien, kwam aan bod tijdens de paneldiscussie met Jeroen Haan (Unie van Waterschappen), Klaartje Molthof (Ymere), Paul Tang (Gemeente Almere) en Lizzy Butink (Dura Vermeer).


Waterveiligheid is een duidelijk voorbeeld van de verwevenheid van opgaven. Dijken, waterbeschikbaarheid, woningbouw en ruimtelijke ordening kunnen niet los van elkaar worden gezien volgens de Unie van Waterschappen. Ook economische afwegingen spelen volgens Dura Vermeer een rol: maatschappelijke kosten en baten en verschillende businesscases moeten beter op elkaar worden aangesloten.
Concrete voorbeelden laten zien dat dit al gebeurt. In Tuindorp Oostzaan werken het Waternet, de gemeente en Ymere samen in een gebied waar funderingsproblematiek speelt. In Nobelhorst wordt gewerkt aan betaalbare huisvesting waarbij beton wordt gebruikt met circa 30 procent minder CO₂-uitstoot vergeleken met regulier beton.
Maar voorbeelden alleen zijn niet voldoende. Om werkelijk op te schalen moet de vrijblijvendheid verdwijnen. Partijen moeten kennis delen, investeren in onderzoek en ontwikkeling en gezamenlijk nieuwe standaarden creëren. Wat nu nog bijzonder of innovatief is, moet uiteindelijk het nieuwe normaal worden.
Het bodem- en water sturend ontwikkelen wordt steeds belangrijker. In gebieden met een zachte bodem, zoals Pampus Delta, wordt duidelijk dat niet overal op dezelfde manier kan worden gebouwd.
Bodem en water hoeven daarbij niet alleen als beperkingen te worden gezien, maar als onderdeel van de ontwerpopgave. Hoe ontwikkelen we woningen die passen in een groen-blauwe omgeving, klimaatbestendig zijn en kunnen meebewegen met veranderende omstandigheden?
Daarbij helpt het om verder vooruit te kijken dan de gebruikelijke project- of beleidshorizon. Door vanuit 2050 te redeneren ontstaat ruimte voor andere keuzes. De gedachte van de toekomststoel, onder andere verbonden aan schrijver Jan Terlouw, sluit daarop aan: toekomstige generaties verdienen letterlijk en figuurlijk een plaats aan de bestuurstafel.
Tijdens het congres werden ook de nieuwe landelijke waterdieptekaarten door Jan Kadijk, manager Kennis & Innovatie bij DGBC, overhandigd aan Jeroen Haan, voorzitter van de Unie van Waterschappen. Actuele scenario’s van korte, extreme regenval zijn daarin vertaald naar mogelijke wateroverlast op straatniveau.


De kaarten zijn als open data beschikbaar gesteld. Ze maken zichtbaar waar bij extreme regenval problemen rond gebouwen kunnen ontstaan. Ze bieden daarmee handelingsperspectief aan gebouweigenaren en andere betrokken partijen om maatregelen te nemen om gebouwen weerbaarder te maken tegen het veranderende klimaat.
Op donderdag 15 oktober 2026 organiseren DGBC en Climate Adaptation Services (CAS) een webinar over deze nieuwe landelijke waterdieptekaarten. Schrijf je nu in via de onderstaande link:
De vraag die vervolgens boven de markt bleef hangen, was hoe duurzaamheidsinitiatieven kunnen bijdragen aan structurele verandering op systeemniveau. Lucas Simons (NewForesight), ging in op de vraag hoe je fundamentele verandering kan organiseren.
De bouwsector staat voor een combinatie van grote uitdagingen. Er moeten veel woningen worden gerealiseerd, terwijl tegelijkertijd de uitstoot en het gebruik van grondstoffen en materialen omlaag moeten. Daar komen nog eens de beperkingen rond klimaat, bodem en water, personeel en betaalbaarheid bij. Dat maakt de transitie niet tot een vraagstuk van individuele organisaties, maar tot een systeemvraagstuk.


Volgens Simons vraagt zo’n complex probleem om een gezamenlijke transitiestrategie. Een subsidie, pilot of onderzoeksprogramma is op zichzelf niet genoeg. Eerst moet duidelijk zijn waar we gezamenlijk naartoe willen. Wanneer partijen vanuit hun huidige belangen redeneren, kunnen de verschillen onderling groot zijn. Maar wanneer zij zich gezamenlijk voorstellen hoe de sector er in 2040 of 2050 uit moet zien, als de belangrijkste problemen zijn opgelost, ontstaat vaak overeenstemming.
Vanuit dat toekomstbeeld kan worden bepaald welke oplossingen moeten worden opgeschaald en welke bestaande praktijken juist moeten worden uitgefaseerd.
Transities verlopen daarbij in fasen. Experimenten en pilots zijn nodig om te ontdekken wat werkt, maar mogen geen doel op zich worden. Succesvolle oplossingen moeten vervolgens een businesscase krijgen, worden opgeschaald en uiteindelijk het nieuwe normaal worden. Regelgeving kan helpen om die beweging verder te versnellen.


Simons gebruikte daarvoor de metafoor van een orkest. Overheden, bedrijven, financiële instellingen, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen zijn allemaal bezig met verduurzaming. Maar wanneer iedereen tegelijkertijd zijn eigen instrument bespeelt zonder gezamenlijke compositie, ontstaat vooral lawaai.
De uitdaging is daarom niet om nog meer initiatieven te starten, maar om gezamenlijk te bepalen welk probleem we oplossen, waar we naartoe willen, welke oplossingen we willen opschalen en wie op welk moment welke rol moet vervullen. Zo ontstaat de bladmuziek waarmee afzonderlijke inspanningen onderdeel worden van één gezamenlijke beweging.
De rode draad van de dag was helder: de oplossingen zijn er, de kennis is er en de voorbeelden zijn er. De uitdaging ligt nu in het verbinden, opschalen en gezamenlijk uitvoeren. Of, in de woorden die tijdens het congres steeds terugkeerden: geef de toekomst een stoel, durf de eerste stap te zetten en maak van de losse klanken één gezamenlijke compositie.
Na het plenaire gedeelte volgden de break-out sessies. Daarin deelden experts hun inzichten over: EU Taxonomie, Pampus en de financiering, de financiele impact van BREEAM en Battle of the materials: Hout versus beton.
De 16de editie van het Dutch Green Building Week Congres werd mede mogelijk gemaakt door gastprovincie Flevoland en Zilveren Sponsor STIEBEL ELTRON.



















