

Hoe krijgt sociale duurzaamheid concreet vorm in de praktijk van gebiedsontwikkeling? Deze vraag stond centraal tijdens een recent wijkbezoek van de Alliantie Sociale Duurzaamheid van de Dutch Green Building Council (DGBC) en de Gemeente Amsterdam aan Amstel III. Met het wijkbezoek pasten we onze procesgids toe die we het afgelopen jaar hebben uitgewerkt om meer sociale waarde toe te voegen met en voor lokale gemeenschappen.
Amstel III is een van de grootste transformatiegebieden van Amsterdam. Het voormalige monofunctionele kantorengebied ontwikkelt zich de komende jaren tot een gemengde stadswijk met ruimte voor wonen, werken en voorzieningen. De plannen voorzien in meer dan 15.000 woningen en biedt ruimte voor recreatie, groen en stedelijke functies. De grootschalige ontwikkeling en dynamiek maakt het gebied tot een interessante casus voor sociale duurzaamheid.
Het wijkbezoek markeert een volgende stap voor de Alliantie Sociale Duurzaamheid. Waar het afgelopen jaar vooral in het teken stond van het ontwikkelen van een methodische aanpak, werd nu bewust gekozen voor het toetsen van de methodiek in de praktijk. Zo gingen we de wijk in, en voerden we het gesprek met de gemeente Amsterdam en met een horeca-exploitant op locatie. We gingen met de volgende vraag op pad: In hoeverre is er sprake van een gedeelde visie op sociale waarde, en sluit deze aan bij wat er daadwerkelijk leeft en mogelijk is in het gebied?
Volgens Alliantieleden leverden het bezoek en de gesprekken met lokale partijen veel op. Data en statistieken gaven vooraf een indruk van de ontwikkeling, maar gaven onvoldoende inzicht in hoe aandachtspunten en kansen zich verhouden tot de wijk. Een aantal conclusies die uit de wandeling en gesprekken duidelijker naar voren kwamen:
1. Betere samenwerking biedt veel potentie
Er valt nog veel sociale waarde te winnen door betere afstemming tussen publieke en private partijen en lokale netwerken. Vastgoedpartij Altera heeft zelf geen vastgoed in het gebied, maar Janneke Pruijsen zag wel algemene aandachtspunten: “We richten ons nog veel op onderdelen waar we als partij direct invloed op uit kunnen oefenen, voor ons is dit het gebouw zelf. Door de perspectieven van gemeente, markt en lokale partners fysiek samen te brengen en kritische punten uit te spreken, ontstaat ruimte voor een gedeelde visie die aansluit bij lokale behoeften, middelen en kansen. Daarbij geloof ik dat we vaak hetzelfde einddoel en ambities hebben.’’
2. Lokale ondernemers als sleutelspelers
Lokale ondernemers kunnen een belangrijke bron van kennis zijn in de wijk. Zo voerden wij een gesprek met café-eigenaren die een goed beeld hebben wat er speelt in de wijk, en waar nog behoeften liggen – van hen, maar ook bewoners. Anneke Verhagen van Dura Vermeer benadrukt het belang van deze gesprekken.
“Met enkele gesprekken met betrokkenen in de wijk haal je al veel waardevolle informatie op,” zegt Verhagen. “Café-eigenaren fungeren bijvoorbeeld duidelijk als sleutelfiguren. Zij gaven inzicht in wat er leeft en wat bewoners en ondernemers nodig hebben.”
3. Aandacht voor lange tijdelijkheid
Een derde belangrijk thema was het feit dat gebiedsontwikkeling een langjarig proces is waarbij tijdens verschillende fasen andere opgaven spelen. In een wijk als Amstel III, die stap voor stap levendiger wordt, blijkt het borgen van veiligheid en bereikbaarheid van initiatieven belangrijk.
Gebiedsontwikkelaar Annoesjka Nienhuis van de Gemeente Amsterdam ziet hier een waardevolle plek voor meervoudige functies op wijkniveau: “Een fysieke, sociale gebouwbeheerder is bijvoorbeeld al bekend vanuit woningcorporaties. Een kantoor voor een beheerder kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met een voorziening zoals een fietsenmaker.”
Daarnaast werd gewezen op het belang van samenhangende infrastructuur en doorlopende fiets- en wandelroutes, zodat voorzieningen ook tijdens de ontwikkeling bereikbaar en vindbaar blijven. Zo was er al een best levendige groenstrook bij het metrostation, maar viel al lopend in de wijk het ook op dat er nog veel doodlopende straten en weinig voorzieningen zijn. Het afspreken bij onze eigen vergaderlocatie liet tevens zien dat de bereikbaarheid en herkenbaarheid van plekken nog kan worden verbeterd.
De lokale inzichten uit het wijkbezoek vormen waardevolle input voor de volgende fase van het werk van de Alliantie Sociale Duurzaamheid. Tijdens onze komende bijeenkomst wordt dieper ingezoomd op bestaande vastgoedprojecten in het gebied. Daarbij wordt zowel gereflecteerd op gemiste kansen in eerdere ontwikkelfases als vooruitgekeken naar concrete mogelijkheden om in toekomstige projecten meer sociale waarde te realiseren.
Met Amstel III als praktijkvoorbeeld laat het wijkbezoek zien dat sociale duurzaamheid niet alleen een beleidsmatig thema is, maar vooral vraagt om aanwezigheid, dialoog en samenwerking in de wijk zelf.
Met dank aan: Annoesjka Nienhuis en Caroline van Campen van Gemeente Amsterdam, Thimo en Ben van café Bullewijck en Antoinette van Dropouts voor de tijd, inzichten en het beschikbaar stellen van ruimte.



















