

Vorig jaar heeft de Europese Commissie een eerste voorstel gedaan voor vereenvoudiging van de huidige duurzaamheidswetgeving. Onder de zogenoemde ‘Omnibusverordening’ vallen de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive), CSDDD (Corporate Sustainability Due Diligence Directive) en de EU Taxonomie. Op 24 februari 2026 is de Omnibusverordening formeel vastgesteld. Wat betekent dit voor de markt, en wat zijn de vervolgstappen? En hoe kijkt DGBC naar de ontwikkelingen? Lees hieronder voor een tijdlijn en de visie van DGBC.
De Omnibusverordening heeft als doel het verminderen van administratieve lasten, het terugdringen van complexiteit en het vergemakkelijken van de implementatie. De verordening bestaat uit twee delen. Omnibus I focust zich hierbij op de vereenvoudigingen van duurzaamheidsrapportage. Omnibus II richt zich op het vereenvoudigen van bestaande investeringsprogramma’s van de EU, zoals InvestEU. Deze update heeft betrekking op Omnibus I.
De Omnibusverordening is in februari 2025 voorgesteld door de Europese Commissie. In juni 2025 bereikte de Europese Raad een akkoord over de Omnibus. Het voorstel ging daarna naar het Europese Parlement, de laatste speler die hier een positie over in moest nemen. Nadat het Parlement in december 2025 ook groen licht gaf, ging het voorstel de laatste fase in: de triloog. Oftewel gesprekken tussen de Raad, het Parlement en de Commissie.
Vorige week heeft de Europese Raad het voorstel vastgesteld en op 26 februari 2026 gepubliceerd op de officiële publicatiewebsite van de Europese Commissie. Dus van voorstel naar wet. De nieuwe bepalingen van deze wet, inclusief de inhoudelijke aanpassingen, worden de komende periode uitgewerkt waarbij ook nog ruimte is voor consultatie vanuit de lidstaten.
Bedrijven die door Omnibus I buiten de rapportageplicht vallen kunnen door lidstaten vrijgesteld worden van de rapportage in de tussenliggende jaren (rapportage jaren 2025 en 2026). Hiervoor is de stop-de-klok-regeling eerder ingevoerd.
Op 29 juli 2029 gaan daarnaast de nieuwe regels voor de CSDDD in, waardoor partijen hier later op kunnen voorsorteren. De verplichte rapportage is eerder al uitgesteld en begint nu op de boekjaren die op of na 1 januari 2030 beginnen.
Eerder voorgestelde wijzigingen aan de CSRD en CSDDD zijn met deze formalisering van de wet officieel vastgelegd. Eén van de belangrijkste wijzigingen is de scope van partijen die verplicht zijn te rapporteren.
Nu zijn voor de CSRD partijen (gevestigd in de EU) verplicht te rapporteren wanneer zij voldoen aan twee van drie criteria (minimaal 250 werknemers, minimaal 50 miljoen euro netto-omzet en/of minimaal 25 miljoen euro balanstotaal). Met de Omnibusverordening verandert dit aanzienlijk, en geldt de verplichting pas wanneer partijen minimaal 1000 werknemers hebben én minimaal 450 miljoen euro netto-omzet. Dit geldt naast de CSRD ook voor de EU Taxonomie.
Voor de CSDDD wordt de drempel ook aanzienlijk opgehoogd. Nu zijn partijen (gevestigd in de EU) nog verplicht te rapporteren die minimaal 1000 werknemers hebben en een minimale jaaromzet van 450 miljoen euro. Dit wordt aangepast naar minimaal 5000 medewerkers en een minimale jaaromzet van 1,5 miljard.
Partijen die straks buiten de rapportageverplichting vallen kunnen eventueel gebruik maken van de VSME-standaard. Dit is een format voor vrijwillige duurzaamheidsrapportage, voor partijen die buiten de scope van de verordeningen vallen.
aast de scope van partijen, worden er ook inhoudelijke aanpassingen verwacht. De consultatie wordt hiervoor binnenkort verwacht. Marktpartijen en overheden kunnen dan feedback aanleveren. DGBC zal hier ook gebruik van maken, onder andere via de World Green Building Council. De definitieve nieuwe Europese Standaarden voor de CSRD worden later dit jaar verwacht. Ook de EU Taxonomie valt hieronder, ook de criteria hiervan zullen naar verwachting worden versimpeld. De nieuwe regels zullen voor beiden gelden vanaf 2027 (boekjaar 2026).
Met het uitkomen van de Omnibusverordening, is DGBC van mening dat het verlagen van de regeldruk goed is, maar dat ambitie scherp moet blijven. Anna Verbrugge, projectmanager DGBC: ‘’Als DGBC observeren we terughoudendheid in de markt vanwege de Omnibusverordening. Tegelijkertijd gaan veel grotere partijen ook door op de ingeslagen weg. Ze willen hun bedrijfsvoering inzichtelijk hebben om erop te kunnen sturen.’’
Lidewij Hiestand, projectmanager binnen het certificeringsteam van DGBC, benadrukt dat ook vanuit BREEAM-NL er geanticipeerd zal worden op inhoudelijke aanpassingen: ‘’Projecten kunnen nu al via BREEAM-NL een EU Taxonomie-verklaring krijgen. We zullen borgen dat projecten straks nog steeds via de BREEAM-NL-certificering kunnen aantonen dat ze in lijn zijn met de EU Taxonomie, om efficiënter toe te werken naar een klimaatbestendige toekomst.’’
Anna Verbrugge sluit af: “Het Europese doel blijft hetzelfde: klimaatneutraal en -bestendig zijn in 2050 en ervoor zorgen dat niemand achterblijft. We blijven daarom de ambitieuze doelstellingen onderstrepen. Een hoopvolle ontwikkeling is de partijen die de verordeningen als vrijwillig middel gebruiken voor verdere verduurzaming of bijvoorbeeld al gebruik maken van de VSME. Partijen die willen sturen op verduurzaming maar minder capaciteit hebben, kunnen op deze manier nog stappen zetten.’’
Voor meer informatie of vragen, neem contact op: a.verbrugge@dgbc.nl



















