Marktanalyse Logistiek: logistieke daken in potentie energieleverancier

Nederland is een belangrijk distributieland. Er is dan ook een toenemende vraag naar distributiecentra en logistieke panden, mede door de vlucht die het online winkelen heeft genomen. Er blijven dus meer en steeds grotere logistieke bedrijfshallen bijkomen. De opstellers van het rapport Martanalyse Logistiek van Savills verwachten dat de totale oppervlakte van logistieke gebouwen in Nederland tot 2050 zal verdubbelen. Deze marktanalyse is een onderdeel van de routekaart die de Paris Proof-werkgroep Logistiek dit najaar publiceert.

Logistieke panden vallen in Nederland in de categorie gebouwen met een (lichte) industriefunctie. In het rapport van Savills is dat een bedrijfshal van tenminste 8 meter hoog, groter dan 5.000 m2 en met een substantieel aantal laaddeuren. Savills maakt daarin naar oppervlakte gerekend de volgende onderverdeling naar functie, zoals detailhandel, e-commerce, food, transport en/of logistieke dienstverleners en overig.

Om de kansen voor energiebesparing en het effect van  maatregelen te bepalen, is door de werkgroep Logistiek de sector onderverdeeld in drie type gebouwen: vorstvrij (59,8%), verwarmd (13,6%) en koel/vries (11,9%). Van ruim 14% is het type onbekend.  

Explosieve groei

Terugkijkend op de groei van de afgelopen jaren, is de toename van die gebouwen met een lichte industriefunctie bijna duizelingwekkend. In 2019 is er 2,9 miljoen vierkante meter bijgekomen, wat het totaal op bijna 38 miljoen m2 brengt. De e-commerce groeide in 2019 met 14% en is verantwoordelijk voor het grootste deel van de toegenomen oppervlakte. Er is dan ook steeds meer vraag naar bouwgrond om deze grote logistieke panden neer te zetten. 

Maar ook daar wordt de grond al schaarser. In en rond de logistieke hotspots, Limburg, Noord-Brabant, Betuwe en Randstad, is het volgens Savills al ‘vol’. De bruto huurprijzen zijn hoog, tot wel € 90 per vierkante meter rond Schiphol en € 70 in en rond Rotterdam. Daarom verplaatsen vraag en aanbod zich ook naar plaatsen buiten die traditionele hotspots, zoals in de Flevopolder.

Discussie

Over deze ongebreidelde groei is ondertussen veel discussie. De onderzoekers van Savills bevestigen de conclusie van het College van Rijksadviseurs dat er weinig centrale regie van de overheid is. En gezien de verwachte groei van 2,5% per jaar, gebaseerd op een ‘defensief’ scenario, is het niet denkbeeldig dat de discussie over de ‘verdozing’ van ons landschap weer zal oplaaien. De kans dat de groei luwt, is ook gering. Het rendement op investeren in logistiek vastgoed blijft hoog, ook voor buitenlandse beleggers die bijna de helft voor hun rekening nemen (47% van de € 2,7 miljard belegd in 2019).

Duurzaamheid

Bij het ontwikkelen van nieuwe logistieke gebouwen wordt helaas niet altijd naar de duurzaamheid gekeken. Dat blijkt ook uit de analyse van Savills. Daaruit blijkt dat liefst 64% geen energielabel heeft. Op zich is dat niet gek, want er is geen label voor logistieke panden, laat staan dat er een labelplicht is. 

Van de overige 36% van de logistieke panden die wel een energielabel heeft, is 20% voorzien van het label A. Maar zelfs dan betreft het alleen een label voor het kantoorgedeelte van het gebouw, in verhouding maar een klein aantal vierkante meters. DGBC en de Paris Proof-werkgroep Logistiek spannen zich in om deze aantallen verder omhoog te brengen. Maar eigenlijk kijken zij verder dan de labels, want de Paris Proof-methode baseert zich niet op labels, maar op het meten van het werkelijk verbruik. En daar ligt meteen een kans om de zogenoemde ‘verdozing’ een positieve draai te geven: benut de gebouwen optimaal om groene stroom op te wekken.

Paris Proof

Om de sector Paris Proof te maken, waarbij een regulier logistiek pand in totaal 50 kWh per vierkante meter per jaar mag verbruiken, moet er nog heel veel gebeuren. Veel bezitters en gebruikers van logistieke panden hebben geen of niet voldoende oog voor duurzaamheid. Tegelijkertijd is de opgave eenvoudig voor de sector: logistieke panden verbruiken vaak weinig energie voor verwarming, terwijl er volop ruimte is om energie op te wekken op de daken van deze gebouwen. Met investeringen in zonnepanelen en het reduceren van het energiegebruik, kunnen al enorme stappen worden gezet om Paris Proof te worden.

De daken van de distributiecentra zijn zelfs zo groot, dat de opwekpotentie vaak vele malen groter is dan het energiegebruik. Daarom is er volop mogelijkheid om groene stroom terug te leveren aan het net en kunnen deze ‘dozen’ zelfs energiecentrales worden en een positieve bijdrage leveren aan de energietransitie. DGBC moedigt dit zelfs aan. En ook de overheid heeft hier al op ingezet door de milieuinvesteringsaftrek (MIA) voor industriële panden te koppelen aan het aanleggen van een groendak en het geschikt maken voor zonnepanelen.

Lees meer

DGBC schreef een verhalenbundel over de verduurzamingskansen voor logistiek vastgoed in de vorm van PV-panelen. Lees hier verder.

Logistiek tijdens DGBW

De werkgroep Logistiek van het Deltaplan Duurzame Renovatie geeft een sessie tijdens de DGBW op 24 september. In deze sessie wordt een marktanalyse gegeven en de Routekaart Logistiek geduid. Vanuit de praktijk komen suggesties voor maatregelenpakketten en beslisinstrumenten. Klik hier voor meer informatie.


Gerelateerd

DGBW: gezond bewegen in (hoge) gebouwen

DGBW: gezond bewegen in (hoge) gebouwen

DGBW: Twee koplopers in gesprek over circulariteit

DGBW: Twee koplopers in gesprek over circulariteit

DGBW: Twee voorbeelden die bewijzen dat een split incentive ook een shared incentive kan worden

DGBW: Twee voorbeelden die bewijzen dat een split incentive ook een shared incentive kan worden