DGBC-founding partner VBI: ‘Besmet met duurzaamheidsvirus’

VBI Verkoop Maatschappij is producent van flexibele vloeren, probeerde ooit ruimtelijke concepten te leveren, maar is nu terug bij de vloeren en was founding partner van DGBC. “De organisatie zou de missie moeten herdefiniëren en zich op iets richten wat nog niet kan, maar wel nodig is", zegt Thies van der Wal, adviseur en aanjager voor de duurzaamheidsstrategie van Consolis/VBI.

VBI is nu naar eigen zeggen sinds enkele jaren ‘minder actief binnen DGBC’, maar was onder meer initiatiefnemer van het Betonakkoord en de vertaling naar het Nederlands van DGBC-Framework voor circulaire gebouwen in 2018. ”Ik was niet bij de oprichting, maar de maatschappelijke relevantie van verduurzaming van de gebouwde omgeving en erbij horen, waren voor VBI waarschijnlijk belangrijke drijfveren om vanaf het begin betrokken te zijn bij DGBC.  

Circulariteit tussen de oren 

Hij werkt sinds 1989 bij VBI, maar pas sinds 2012 bekleedt hij zijn huidige functie. “Ik heb daarom geen actieve herinnering aan de oprichting, maar wel heel veel goed contact gehad vanaf dat moment met DGBC. Ik heb vele gesprekken gevoerd met Edwin van Noort (oud-hoofd Ontwikkeling en Beheer bij DGBC) over hoe we als bedrijf verder konden verduurzamen. In 2012 probeerde Van der Wal circulariteit tussen de oren te krijgen en producenten te wijzen op hun verantwoordelijkheid voor materialen tijdens de hele levenscyclus. In 2017 was daar voor het eerst echt beleid op.  

BREEAM-NL  

De meeste partners kwamen rond de begintijd naar DGBC, omdat de Rijksoverheid BREEAM-NL omarmde. “Oud-directeur Stefan van Uffelen zei bij zijn afscheid al dat de schoonheid van BREEAM-NL gebouwen een van de onbedoelde bijvangsten waren. Maar schoonheid is al een heel oud bouwkundig principe. Eigenlijk zou dat gewoon in de statuten van DGBC moeten komen", zegt Van der Wal. “Schoonheid als duurzaamheidskenmerk nummer één.” 

Zijn bedrijf is ook teruggegaan naar de basis. VBI heeft geprobeerd om ook structuren aan te bieden, een casco basis leveren, in plaats van alleen vloeren en vloerdelen. “We zijn nu terug naar het aanbieden van flexibele vloeren en ik denk dat daar ook de kracht van de toekomst ligt, in het platte vlak. Het was een typische schoenmaker blijf bij je leest, maar in ons geval ook met leestverwarming en -koeling.”  

De afgelopen vijftien jaar zag hij het gebruik van plastics in de bouw enorm toenemen. “Wij doen het zonder of hooguit gerecycled en liefst remontabel. Terug naar de oorsprong. De plastic plaag heeft de vloerverwarming ook te pakken, net als de supermarkten. De helft daar ligt er om weg te gooien en dat moet dan de oven in. In de bouw brengen we dat plastic niet voor zes dagen tot zes weken de wereld in, maar voor 60 tot 600 jaar en als je dan denkt aan wat voor blauwzuur daar bij verbranding uit komt, dat heeft ons aan het denken gezet. We kiezen de materialen bewuster, denken aan het scheiden en willen geen afval achterlaten. Wat gebruikt is, halen we terug. En plastic zeef je er niet uit, een magneet helpt ook niet, dus stoppen we het er in de kanaalplaat niet meer in, tenzij remontabel.” 

Themagroep Materialen 

De Themagroep Materialen is wat hem betreft een van de mooiste resultaten van DGBC. “Daar gingen we van responsibility – verantwoordelijk zijn- naar accountability - aanspreekbaar zijn. Daar is toen eigenlijk de basis voor onze VBI-productretourname en de verantwoordelijkheid voor afvalretourname van producenten (UPV) gelegd. En ook de aanzet voor het huidige Bouwwaardemodel. We willen open zijn over ons proces en de gebruikte materialen, geen greenwashing, maar het echte verhaal.” Een ander punt is dat DGBC een van de aanstichters was van het (nu internationale) CSC-label in 2017 voor beton. Aangejaagd door Mantijn van Leeuwen vanuit (World Business Council for Sustainable Development (WBSCD), en geleid door Van Uffelen. De invoering is begonnen bij VBI met CSC Bronze in 2017, vanaf 2020 CSC Gold. “Het CSC is echt een krachtige manier om beton-ondernemingen zich te laten ontwikkelen in Sustainability”, aldus Van der Wal. 

Duurzaamheid is wat hem betreft dan ook van houdbaarheid naar volhoudbaarheid. Daarom heeft hij destijds met een team onder leiding van Stefan van Uffelen aan het Betonakkoord geschreven. “Ik kwam hem toevallig tegen en we raakten aan de praat. Mantijn van Leeuwen van NIBE was ook betrokken. Wij namen naast het zeer door Mantijn bepleitte CO2, ook circulariteit, natuurlijk kapitaal/biodiversiteit en kennisdeling erbij. De betonvereniging nam later de kennis op zich, biodiversiteit kwam een beetje terug in regelgeving, al hebben echt groene daken met waterberging het nog niet gered, en CO2 zit in Paris Proof. Het team waar ik in zat nam circulariteit op zich, met het Bouwwaardemodel en het VBI Retournamecertificaat als enkele van de vele mooie resultaten. Zonder DGBC was dat wat VBI betreft waarschijnlijk heel anders gegaan.” 

Besmet met duurzaamheidsvirus 

Door zijn betrokkenheid bij DGBC raakte Van der Wal besmet met het duurzaamheidsvirus. “Daarvoor stond het minder scherp op het netvlies. Maar toen ik de tapijtlobby aanhoorde en wat daar aan stoffen voor in omgaat, opende dat mijn ogen. De ultiem goede materiaaleigenschappen en het grote maatschappelijke belang van beton zijn me toen erg helder geworden. Daarom hebben we ook de Nederlandse vertaling van het Engelstalige Framework voor circulaire gebouwen bekostigd, al komt de helft daarvan maar aan, dan landt het toch goed. Maar het ging me allemaal veel te langzaam.” 

De spreekwoordelijke druppel kwam iets later: “Toen in de richtlijn BREEAM-NL Nieuwbouw 2020 Wst 2, het stimuleren van gebruik van gerecycled beton sneuvelde, vond ik het wel even best. Ons in BREEAM-NL al weinig onderscheidende voordeel verviel. De laagste prijs en de vinkjes voor BREEAM-NL winnen het nu te vaak en er is weinig kritische massa over wat nog echt bijdraagt aan verduurzaming. Het prijsverhaal wint en eerlijk is eerlijk: wij hebben ook nog nooit echt een order gescoord vanwege BREEAM-NL.” 

Nieuwe koers 

Een goede analyse onder de achterban zou nodig zijn om een nieuwe koers te bepalen. Locatie en investeerders gaan volgens Van der Wal nu nog te veel boven het materiële gebouw. Het carbon budget waar DGBC voor strijdt, kan geweldig helpen, al zitten daar nu nog grote verschillen in. “Utrecht rekent met 875 euro per ton CO2 en in de levenscyclusanalyse staat 50 euro per ton. De euro CO2-taks zit momenteel op 100 euro. Zorg dat doel en middelen in evenwicht zijn. Het ministerie is daar nu mee begonnen en dat zouden meer partijen moeten doen. Modellen zijn mooi, maar DGBC mag nog meer aanjager en vormgever zijn van onmogelijke ideeën voor verduurzaming van de gebouwde omgeving en dan sluit VBI graag weer actief aan”, besluit Van der Wal. 

Reeks DGBC founding partners

DIt artikel is een aflevering in de serie interviews met de organisaties die vanaf de start bij DGBC betrokken waren, de zogeheten founding partners. DGBC bestaat dit jaar vijftien jaar en met de  betrokken organisaties van toen, die na vijftien jaar nog steeds partner zijn, kijken we terug op de oprichting, naar de ontwikkelingen die zijn doorgemaakt en werpen we een blik op de toekomst.   

Gerelateerd

Building Life ambassadeur Sven ’t Hart is junior adviseur bij adviesbureau Merosch.

'CO2-gestuurd bouwen is nog een relatief onbekend onderwerp'

Intentieverklaring markeert een samenwerking tussen 14 vooraanstaande ketenpartners uit de ontwerp-, techniek- en bouwsector, gericht op de praktijktoets Milieuprestatie Gebouwen (MPG).

Unieke samenwerking tussen ketenpartners voor Praktijktoets MPG

Adviesbureau De Groene Jongens adviseert bedrijven en gebouweigenaren bij hun verduurzamingsprocessen.

Duurzaamheid als hoogste doel: adviesbureau De Groene Jongens wil altijd meer impact maken