Gepubliceerd: 15 juni 2026
Leestijd: 4 minuten

WEii zet stap naar sturen op werkelijk energiegebruik binnen minimum energieprestatie-eisen gebouwen

Op maandag 8 juni, een dag voor de PROVADA, is via een kamerbrief een update gegeven over de uitvoering van de herziene Europese richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD IV). Sinds 29 mei is het eerste pakket van kracht; de komende maanden volgen consultaties en de implementatie van verdere onderdelen. De recente geopolitieke ontwikkelingen en stijgende energieprijzen onderstrepen de urgentie om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren. De behoefte aan duidelijkheid en versnelling is groot.

In de kamerbrief komen de volgende onderdelen van de EPBD IV onder meer aan de orde.

Nationaal Gebouw Renovatieplan (NBRP)  

  

Het NBRP beschrijft de langetermijnstrategie om in 2050 te komen tot een zeer energiezuinige en emissievrije gebouwde omgeving. Recent is een conceptversie gepubliceerd, waarop DGBC heeft gereageerd. Tijdens de PROVADA is het NBRP besproken in een panel met vertegenwoordigers uit de DGBC-achterban – waaronder een bank, belegger, ontwikkelaar en woningcorporatie – in gesprek met Jan van Beuningen, directeur Bouwen en Energie. De roep om versnelling werd breed gedeeld, evenals de belemmeringen en behoeften die leven in de verschillende sectoren.

De samenwerking tussen overheid en markt werd diezelfde woensdag verder versterkt met de ondertekening van de intentieverklaring voor een versnelde verduurzaming van de gebouwde omgeving. Deze werd ondertekend door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), Elanor Boekholt O’Sullivan, en DGBC als een van de partijen. In de komende maanden worden aan samenwerkingstafels stappen gezet richting verdere standaardisatie, betere beschikbaarheid van data en een eenduidige boodschap over verduurzaming.

Minimum energieprestatie-eisen (MEPS) utiliteitsbouw 

In het concept‑NBRP is aangekondigd dat utiliteitsgebouwen vanaf 2030 minimaal energielabel D moeten hebben, aangescherpt naar minimaal label C in 2033. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitfaseren van de slechtst presterende 16% en 26% van de utiliteitsbouw. Om beter aan te sluiten bij de behoeften in de markt komt er een alternatief, waarbij gebouweigenaren op basis van werkelijk energiegebruik kunnen aantonen dat zij voldoen aan de eisen. Hiervoor wordt de door DGBC en TVVL ontwikkelde Werkelijke Energie intensiteit indicator (WEii) ingezet, in combinatie met het Datastelsel Verduurzaming Utiliteitsbouw (DVU). Om aan te tonen via het werkelijk energiegebruik dat aan MEPS wordt voldaan, wordt specifiek gekeken naar het gasgebruik van een gebouw. DGBC gaat de WEii‑methode, samen met de WEii‑adviesgroep en marktpartijen uit verschillende sectoren, de komende maanden geschikt maken voor toepassing binnen de MEPS.

De WEii‑methode is al onderdeel van de portefeuilleaanpak, waarin vastgoedeigenaren sturen op energie‑ en gasreductie over hun volledige portefeuille. Overheid, zorg, onderwijs, supermarkten en vastgoedbeleggers dragen actief bij aan deze aanpak. De portefeuilleaanpak (Portefeuille 1.0) biedt eigenaren met meerdere panden meer flexibiliteit om snel en kostenefficiënt te verduurzamen en loopt tot en met eind 2026. Zodra de MEPS zijn uitgewerkt, wordt besloten over de voortzetting van deze aanpak.

Isolatiestandaard woningen als basis voor ZEB-richtwaarden 

Voor woningbouw zijn in 2021 de standaard- en streefwaarden voor de isolatie opgesteld. De isolatiestandaard is geëvalueerd, en het rapport is als bijlage bij de kamerbrief openbaar gemaakt. Met de isolatiestandaard krijgen gebouweigenaren inzicht in de maximale warmtevraag per woningtype en bouwjaar, nodig om woningen gasloos te maken. Dit is ook wat het ZEB-niveau (lees: niveau emissievrije gebouwen) in de EPBD IV onder andere moet aangeven. Het voorstel is daarom de isolatiestandaard te gebruiken als basis voor de ZEB-niveaus. Wel wordt de isolatiestandaard herijkt. De ervaring van onder meer TNO is dat woningen eerder op een duurzaam warmtesysteem kunnen worden aangesloten. Er komt meer verfijning en maatwerk, vooral voor de vooroorlogse woningen. Ook de streefwaarden voor isolatiemaatregelen worden herzien, afgestemd op het woningtype en bouwjaar.

Binnen DGBC loopt al langere tijd, vanuit de Paris Proof‑werkgroep Woningen, onderzoek naar het optimale isolatieniveau en de bijbehorende warmtevraag om woningen gasloos te maken. Daarbij wordt nadrukkelijk gezocht naar pragmatische oplossingen. Tijdens het laatste Paris Proof‑congres in Eindhoven was hier een sessie aan gewijd, waarin Haskoning, gemeente Utrecht en Saint‑Gobain hun ervaringen deelden. In gesprekken met partners uit de sector, waaronder isolatiebedrijven, warmtepompfabrikanten en banken, is dit verder verdiept. De brede steun voor meer duidelijkheid over de warmtevraag als basis voor de overstap naar gasloos en energieonafhankelijkheid is daarbij opnieuw bevestigd. Deze inzichten worden ingebracht aan de samenwerkingstafels die, naar aanleiding van de op de PROVADA ondertekende intentieverklaring voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, worden ingericht.