Reactie DGBC Ontwerp Nota Ruimte
DGBC verwelkomt het initiatief van een nieuwe Nota Ruimte als een essentiële stap richting een duurzame gebouwde omgeving. Nationale regie en een heldere ruimtelijke visie zijn cruciaal om de grote transities – zoals energie, landbouw, klimaatadaptatie en natuurherstel – effectief te begeleiden. Toch ziet DGBC ruimte voor verbetering en aanscherping van de Ontwerp Nota Ruimte, vooral waar het gaat om concrete duurzaamheidsprincipes en toekomstbestendige keuzes. DGBC wil met vertegenwoordigers uit haar partnernetwerk graag meedenken over verdere aanscherping van duurzame keuzes in de definitieve Nota Ruimte.
1. No-regret als leidend principe
Hoe de klimaatverandering precies gaat uitpakken is met veel onzekerheid omgeven. DGBC pleit er daarom voor om het ‘no-regret’-principe toe te voegen aan de leidende principes van de Nota Ruimte. Dit houdt in dat ruimtelijke keuzes altijd waardevol en volhoudbaar moeten zijn, ongeacht hoe de toekomst zich ontwikkelt. Door te kiezen voor maatregelen die onder alle scenario’s houdbaar en nuttig blijven, wordt de robuustheid van beleid vergroot. We adviseren om in de Nota Ruimte via adaptive pathways te benoemen wanneer grote ruimtelijke keuzes zullen voorliggen en welke opties er dan zullen zijn. Zo’n aanpak bevordert dat er no-regret keuzes worden gemaakt waarbij flexibiliteit en toekomstbestendigheid centraal staan.
2. CO2-uitstoot als KPI voor ruimtelijke keuzes
DGBC mist een expliciete rol voor CO2-uitstoot als kritische prestatie-indicator (KPI) in de Nota Ruimte. Hoewel klimaatneutraliteit in 2050 wel als nationaal belang wordt genoemd, ontbreekt een concrete vertaling naar ruimtelijke planning. DGBC adviseert om CO2-uitstoot structureel mee te wegen bij alle ruimtelijke keuzes. Een aantal van de in de nota voorgestelde verstedelijkingstypologieën (grootschalige woningbouwlocaties, straatjes erbij, wijkjes erbij) gaan gepaard gaan met een groter ruimtebeslag, nieuwe infrastructuur, nieuwe voorzieningen en meer vervoersbewegingen: dat betekent een forse CO2-uitstoot zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase. Daarentegen leiden stedelijke verdichting, hergebruik van bestaande gebouwen en collectieve of gedeelde vormen van mobiliteit tot een lagere CO2-footprint.
Ook bij keuzes ten aanzien van onze waterveiligheid valt een CO2-afweging te maken: zandsuppletie, dijkversterkingen en pompgemalen zijn bijvoorbeeld zeer energie-intensief, terwijl een strategie die is gebaseerd op nature based solutions slim gebruik maakt van natuurlijke dynamiek (opslibben, leven met water) en dus minder CO2-uitstoot kent. Welke oplossing waar het best past is van veel factoren afhankelijk maar de factor CO2-uitstoot zou in de afwegingen van de Nota Ruimte een grote rol moeten spelen.
3. Stikstofreductie en natuurinclusief bouwen
DGBC benadrukt het belang van een stevig stikstofmaatregelenpakket. Natuurherstel is niet alleen een doel op zich, maar ook een sleutel tot ruimtelijke (her)ontwikkeling. Een stevig stikstof- maatregelenpakket zal consequenties hebben voor het ruimtegebruik in het landelijk gebied. In de huidige Ontwerp Nota Ruimte wordt die verandering nog niet doordacht, omdat het politieke gesternte daar geen ruimte voor bood. DGBC adviseert het nieuwe kabinet om in de Nota Ruimte alsnog na te denken over een nieuw perspectief voor die gebieden. Een bouwsector die volledig emissievrij en natuurinclusief werkt, kan in die gebieden ook positief bijdragen aan biodiversiteitsherstel.
4. Water en bodem weer ‘sturend’ maken
DGBC vindt het essentieel dat de grenzen van het water- en bodemsysteem als een harde realiteit worden geaccepteerd in ruimtelijke keuzes. Het huidige beleid is te vrijblijvend en laat veel ruimte voor keuzes die op de lange termijn moeilijk als ‘no-regret’ kunnen worden gekarakteriseerd. De beleidskaders die op dit vlak door het Rijk zijn geïntroduceerd, namelijk het Ruimtelijk Afwegingskader en de minimale prestatie-eisen uit de Landelijke Maatlat, zouden landelijk verplicht moeten worden toegepast met monitoring op gemeentelijk niveau.
5. Oostwaarts?
Gelet op de tijdshorizon van de Nota Ruimte zou expliciete aandacht voor een meer oostwaarts gerichte ruimtelijke ordening niet hebben misstaan. Hugo de Jonge benoemde in de nadagen van zijn ministerschap dat we voor nieuwe woningbouwlocaties ‘onze steven meer naar het noorden, het oosten en het zuiden moeten wenden’. Dit type signalen lezen we nu niet meer terug in de Ontwerp Nota Ruimte. De nota maakt expliciet de keuze voor verdere concentratie van verstedelijking binnen de Randstad en gebundelde deconcentratie in diverse regio’s hierbuiten (p 283). Er is ook wat DGBC betreft geen aanleiding om halsoverkop uit de Randstad te vertrekken. Nadenken over de mogelijke effecten van extreme zeespiegelstijging hoort echter wel thuis in een Nota Ruimte die tot 2100 en verder een visie wil afgeven. De nota is kort en stellig over deze kwestie: “De bewoonbaarheid van Laag-Nederland staat ook op lange termijn niet ter discussie” (p.27). Daarbij wordt verwezen naar het kennisprogramma zeespiegelstijging, dat aangeeft dat we zelfs 5 meter zeespiegelstijging nog aankunnen. Er wordt wel meteen bij gezegd dat 5 meter ‘grote gevolgen’ zal hebben voor de ruimtelijke ordening.
Hardop uitspreken dat we voor de lange termijn meer naar het noorden, oosten en zuiden zullen moeten kijken, ligt in Den Haag begrijpelijkerwijs gevoelig. Niemand wil een exodus uit de Randstad in gang zetten. Toch is het niet gek om aan de vooravond van een aantal forse transities met grote ruimtelijke gevolgen ook na te denken over een aantrekkelijk nieuw, no-regret langetermijn ruimtelijk perspectief. Dat is precies waar een Nota Ruimte voor bedoeld is. DGBC constateert dat in haar achterban van banken, beleggers en ontwikkelaars het gesprek over klimaatrisico’s in Laag Nederland en veranderende ruimtelijke voorkeuren wel degelijk gaande is. Wij pleiten er daarom voor om ook de contouren van een verre toekomst bespreekbaar te maken. DGBC constateert dat de discussie hierover wel gevoerd wordt bij marktpartijen in de achterban van DGBC, partijen die een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen en financieren van ruimtelijke ontwikkelingen. Het maatschappelijk gesprek hierover moet niet uit de weg worden gegaan.
6. Transparantie en overzicht van ruimtelijke plannen?
DGBC pleit voor een onafhankelijk en vrij toegankelijk landelijk overzicht van geplande ruimtelijke dynamiek. Als alle plannen en projecten die op stapel staan eenduidig in kaart worden gebracht dan kan dit ruimtelijke conflicten voorkomen, meekoppelkansen zichtbaar maken en meervoudig ruimtegebruik bevorderen. Een ‘Nieuwe Kaart van Nederland’ zou ook waardevol zijn voor het monitoren van de voortgang rond ruimtelijke beleidsdoelen.
7. Waterzuinigheid bij nieuwbouw en renovatie
DGBC adviseert om drinkwaterzuinige oplossingen standaard op te nemen in het ontwerp van nieuwbouwwoningen, inclusief (her)gebruik van hemelwater. De Nota Ruimte mag hier meer aandacht aan schenken, gezien de toenemende druk op drinkwatervoorziening door klimaatverandering en bevolkingsgroei. Het pleidooi voor meer nieuwe bronnen in de huidige Nota Ruimte vormt een te eenzijdige oplossingsrichting. Als honderdduizenden nieuwbouwwoningen door deze Nota worden gefaciliteerd dan moeten er ook eisen gesteld worden aan het drinkwater(her)gebruik in die woningen.
8. Sufficiency: grenzen aan groei
DGBC stelt voor om het gesprek over ‘sufficiency’ te voeren: wat is, gegeven de fysieke grenzen die zich op vele terreinen laten gelden, onze gezamenlijke definitie van ‘genoeg’? De Nota Ruimte faciliteert groei, maar het bevragen van deze groei en het gesprek over grenzen aan de groei is noodzakelijk voor een duurzame toekomst.
Samenvattend:
DGBC ziet de Ontwerp Nota Ruimte als een belangrijke stap, maar roept op tot meer concrete, toekomstbestendige en meetbare duurzaamheidsprincipes. Door no-regret, CO2-uitstoot en het water- en bodemsysteem centraal te stellen, kan Nederland werken aan een gebouwde omgeving die robuust, gezond en duurzaam is – nu en in de verre toekomst. DGBC is graag bereid om bovenstaande punten nader toe te lichten en ook met vertegenwoordigers uit het DGBC-partnernetwerk mee te denken over verdere aanscherping van het duurzame perspectief in de definitieve Nota Ruimte.











