Gepubliceerd: 3 februari 2026
Leestijd: 7 minuten

DGBC-reactie coalitieakkoord: ruimte voor vooruitgang, maar cruciale keuzes blijven uit

Het nieuwe coalitieakkoord erkent de urgentie van grote maatschappelijke opgaven, maar blijft juist op de thema’s die het sterkst bepalend zijn voor de toekomst van Nederland — duurzaamheid, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit — te veel in algemeenheden hangen. Terwijl de uitdagingen zich nú aandienen, ontbreken de scherpe keuzes en heldere kaders die nodig zijn om richting te geven aan de bouw- en vastgoedsector en om daadwerkelijk tempo te maken.

DGBC ziet bij haar ruim 400 partners dagelijks dat vooruitgang mogelijk is, maar die beweging kan alleen breed worden doorgezet wanneer het Rijk duidelijke normen stelt, consistent beleid voert en een ambitieus pad uitzet. Zonder stevige regie blijft Nederland afhankelijk van een kleine groep koplopers, terwijl de rest van de sector wacht op duidelijkheid.

Waar de coalitie inzet op aantallen, belemmeringen en betaalbaarheid, pleit DGBC voor nadrukkelijke aandacht voor ‘goed’ en ‘eerlijk’ wonen: voldoende betaalbare woonruimte voor iedereen, maar ook woningen en wijken die veerkrachtig zijn bij veranderingen in klimaat, demografie en zorg — gedragen door sterke sociale gemeenschappen.

Als het kabinet écht werk wil maken van de klimaatopgaven van vandaag en morgen, zijn scherpere keuzes en duidelijke kaders noodzakelijk. De koplopers bepalen het tempo en laten zien dat het al kan, maar het peloton moet volgen om echte impact te realiseren. Betere kaders helpen de rest van de sector in beweging te komen, creëren een voorspelbaar speelveld en zorgen dat investeringen van koplopers krachtiger doorwerken in de sector.

Brigit Gerritse portret DGBC

Brigit Gerritse

Algemeen directeur

Slimmer omgaan met de bestaande voorraad

Op het gebied van wonen valt op dat de coalitie inzet op het schrappen en vereenvoudigen van regels om de bestaande voorraad beter te benutten. Er komt een jaarlijkse vereenvoudigingswet die onder meer splitsen, optoppen, woningdelen en transformatie moet vergemakkelijken. Zo worden familie- en mantelzorgwoningen op eigen terrein vergunningsvrij en verdwijnen belemmeringen voor hospitaverhuur. Dit zijn stuk voor stuk maatregelen die het beter benutten van de bestaande gebouwde omgeving stimuleren en aansluiten bij de veranderende woonwensen. DGBC onderschrijft deze koers. Het vergroten van de wooncapaciteit binnen de bestaande gebouwde omgeving is niet alleen sneller en betaalbaarder, maar ook minder belastend voor energiegebruik, materiaalstromen, ruimte en natuur.

Onvoldoende middelen voor duurzame sociale huur

De coalitie wil de koers van de Nationale Prestatieafspraken voortzetten en erkent dat het investeringsklimaat voor woningcorporaties moet verbeteren. Toch worden er onvoldoende financiële middelen vrijgemaakt om zowel de nieuwbouw als de verduurzamingsopgave van de bestaande voorraad daadwerkelijk te realiseren. Dat is zorgelijk, want de huidige sociale huurwoningen blijken ook nog eens extra kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering, zoals ook eerder onderzoek van DGBC onder 830.000 sociale huurwoningen van 53 woningcorporaties laat zien.

Betaalbaarheid gaat bovendien over de totale woonlasten, waarbij energiekosten – naast de huur – een belangrijk onderdeel vormen. Corporaties hebben de afgelopen jaren vaak een trekkersrol gekregen bij bijvoorbeeld het aardgasvrij maken van wijken, terwijl zij strenger gereguleerd zijn, gefinancierd worden vanuit de meest kwetsbare doelgroep en minder middelen tot hun beschikking hebben dan particuliere woningeigenaren. Zonder extra steun kunnen corporaties niet voldoende investeren in het verduurzamen, onderhouden én klimaatbestendig maken van hun woningen.

Sturen op een klimaatbestendige leefomgeving

Een belangrijke gemiste kans is dat de eerder ingezette koers ‘water en bodem sturend’, wordt afgezwakt tot slechts een richtinggevend principe. Dat is te vrijblijvend en biedt te veel ruimte voor ruimtelijke keuzes die op de lange termijn moeilijk als ‘no regret’ te verantwoorden zijn. De door het Rijk geïntroduceerde kaders — het Ruimtelijk Afwegingskader en de minimale prestatie-eisen van de Landelijke Maatlat — zouden landelijk verplicht moeten worden, met structurele monitoring op gemeentelijk niveau. Zonder deze borging bestaat het risico dat investeringen in de leefomgeving onvoldoende bestand zijn tegen overstromingsrisico’s, droogte, verzilting en bodemdaling.

Hoewel de coalitie inzet op waterveiligheid, het Deltaprogramma en de herijking van de Deltabeslissingen, blijft een urgent knelpunt onderbelicht: watercongestie. Het drinkwaternet nadert zijn grenzen. DGBC pleit er daarom al geruime tijd voor dat in het Bouwbesluit (Bbl) actief wordt gestuurd op drinkwaterzuinigheid bij nieuwbouw en renovatie — zoals in Vlaanderen al jaren gebeurt — waarbij ook het (her)gebruik van hemelwater standaard wordt meegenomen.

Positief is dat het akkoord expliciet inzet op de vergroening van stedelijke gebieden, onder meer in het kader van de Natuurherstelverordening. Dit is een noodzakelijke stap richting gezondere, veiligere en klimaatbestendige leefomgevingen, waarin steden ook bijdragen aan het versterken van biodiversiteit. Ook binnen de achterban van DGBC staan ambitieuze gebouweigenaren klaar om actief bij te dragen aan meer stedelijke biodiversiteit. Natuur in de stad beperkt zich immers niet tot parken of openbaar groen; een groot deel van de stedelijke ruimte bestaat uit gebouwen en private kavels.

Energie: focus op opwek en netcongestie, maar besparing blijft onderbelicht

Het coalitieakkoord legt een sterke nadruk op duurzame opwek, met onder meer wind op zee, zes subsidierondes (SDE++), aandacht voor warmtenetten, CO₂-opslag en een stevige aanpak van netcongestie via een Crisiswet. Daarnaast wordt gestuurd op efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet, onder andere door prikkels in nettarieven, flexcontracten en de inzet van energiehubs. Hybride warmtepompen worden vanaf 2029 opnieuw verplicht in gebieden waar geen warmtenet beschikbaar komt.

Hoewel energiebesparing wel wordt genoemd — via een nationaal isolatieoffensief en de verplichting dat naast E, F en G labelhuurwoningen ook C en D labels uiterlijk in 2040 verbeterd moeten zijn — blijven cruciale randvoorwaarden onbenoemd. Zo is niet duidelijk welke financiële middelen hiervoor beschikbaar komen, terwijl bestaande subsidies in 2030 aflopen.

Ook blijft energiebesparing bij niet-woongebouwen een grote, nog onvoldoende benutte kans. Energiebesparing is juist essentieel om duurzame energie betrouwbaar aan gebouwen te kunnen leveren en om risico’s rond energiezekerheid, betaalbaarheid en netcongestie te verminderen. Extra inzet is noodzakelijk: het doel voor 2030 is al uit zicht, en voor 2040 komt vanuit de EU nog een aanvullend pakket waar Nederland op moet voorsorteren. Precies daar ligt een belangrijke kans om de gebouwde omgeving Paris Proof te maken.

Versnellen naar een echte circulaire bouweconomie

DGBC verwelkomt het voornemen om sectorale circulaire doelen te formuleren en de overheid een actieve rol te geven als launching customer, zodat marktpartijen kunnen opschalen en investeren in circulaire innovaties. Maar om het toekomstbeeld te realiseren waarin de circulaire economie in 2030 voor 50% minder afhankelijk is van niet-hernieuwbare grondstoffen, zijn structureel andere keuzes in beleid en economie nodig. Die duidelijke koers ontbreekt nog.

Er ontbreken concrete doelstellingen voor het terugdringen van grondstoffengebruik en er is geen financiële onderbouwing om de circulaire ambities daadwerkelijk waar te maken. Voor een sterke Nederlandse circulaire bouweconomie is het noodzakelijk om de afspraken uit het Bouwmaterialenakkoord te intensiveren aan de aanbodzijde en nu al veel scherpere reductiepaden vast te stellen hoeveel minder uitstoot gebouwen moeten hebben, zowel volgens de MPG (Milieuprestatie Gebouwen) als over hun hele levensduur (whole life cycle GWP).

Vereenvoudigen mag, maar niet ten koste van de klimaatambities

De coalitie wil (duurzaamheids)normen uniformeren en gemeenten verplichten om bovenwettelijke bouweisen los te laten. Wij zijn benieuwd welke ambities het Rijk zelf koppelt aan deze landelijke normen en of deze maatregelen de voortrekkersrol van koplopergemeenten niet onbedoeld afremmen. Cruciaal is dat uniformering van duurzaamheidsnormen daadwerkelijk bijdraagt aan het behalen van de klimaatdoelen. Alleen dan worden onnodige blokkades weggenomen zonder in te leveren op kwaliteit, leefbaarheid, energieonafhankelijkheid of veiligheid.

Heldere kaders voor versnelling

Als het kabinet écht werk wil maken van de klimaatopgaven van vandaag en morgen, zijn scherpere keuzes en duidelijke kaders noodzakelijk. De koplopers bepalen het tempo en laten zien dat het al kan, maar het peloton moet volgen om echte impact te realiseren. Betere kaders helpen de rest van de sector in beweging te komen, creëren een voorspelbaar speelveld en zorgen dat investeringen van koplopers krachtiger doorwerken in de sector.

Samenwerking in de uitvoering

De coalitie benadrukt dat het voor een succesvolle uitvoering nauw wil samenwerken met maatschappelijke partners en sectorpartijen. Dat biedt ruimte om de duurzaamheidsambities verder te versterken. DGBC staat met een brede beweging van ruim 400 ambitieuze partners en in onze rol als verbinder tussen overheid en markt klaar om daarbij te helpen.

Beeld: Shutterstock – Orange Pictures