Merosch

In de zomer van 2017 is Merosch gestart met de renovatie van een gymzaal uit 1955 in Bodegraven, die toen al 7 jaar leeg stond. Vanaf januari 2018 is de zaal door de onderneming in gebruik genomen als kantoor. Geheel volgens de bedrijfsfilosofie is de renovatie van het pand uitgevoerd op een verregaande circulaire en duurzame manier.

Er zijn diverse duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd om tot een circulair, gasloos, energieleverend en gezond gebouw te komen. Het volledige casco inclusief de vloer van de gymzaal zijn behouden en zoveel mogelijk oude materialen zijn hergebruikt/verwerkt. Het gebouw is zeer goed geïsoleerd, heeft geen aansluiting op het gasnet, maar een warmtepomp voor duurzame warmte en koude.

Gasloos

In april 2018 zijn 60 zonnepanelen op het dak geïnstalleerd en er is een elektrische laadpaal voor auto’s waarmee het een netto energieleverend gebouw is. Dat blijkt ook wel uit de cijfers, “We zitten nu een jaar in onze gasloos gerenoveerde gymzaal uit 1955. De meetgegevens zijn: 21.000 kWh duurzaam opgewekt, 16.000 kWh verbruikt voor het kantoor, 3.000 kWh voor de E-laadpaal en daardoor nog 2.000 kWh geleverd aan de wijk”, vertelt Ronald Schilt, directeur bij Merosch.  

De hoge duurzaamheidsambities komen tot uitdrukking in de verschillende labels die zijn getoetst, te weten: GPR 8,8 (hoogste in zijn klasse), BREEAM Excellent, WELL (gezondheidslabel) zilver en een tuin met NL Greenlabel A.

Merosch Living Lab

Merosch vindt het belangrijk dat de bouwsector stappen vooruit maakt in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Daarvoor is het essentieel dat iedereen kan beschikken over kennis die in duurzaamheidsprojecten wordt opgedaan. “Om die reden delen we alle kennis rondom de circulaire renovatie van onze huisvesting”, vertelt directeur Ronald Schilt. “Hiermee hopen we dat ons kantoor gaat dienen als een Living Lab waarin we nieuwe technieken en methoden testen én toepassen. Deze kennis delen met de markt – ook met concurrenten - zien wij als essentieel voor het sneller verduurzamen van de gebouwde omgeving.”