Meer aandacht voor toxiciteit essentieel in transitie naar circulaire bouweconomie

Toxische, vervuilde en gesmette materialen horen niet thuis in een circulaire bouweconomie. Maar toxiciteit uitbannen in de bouw is nog niet zo eenvoudig, blijkt uit een verkenning van Dutch Green Building Council in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland / Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. Het rapport Circular buildings - Verkenning schone en smet(te)loze materiaalstromen belicht onder andere drie knoppen waaraan gedraaid kan worden om naar een schonere praktijk te bewegen. 

De drie geformuleerde sturingsmogelijkheden zijn: goede materiaalkeuze, losmaakbare toepassing en 'immobilisatie’ van toxische materialen, wat betekent dat bij hergebruik de eventueel aanwezige giftige stoffen veilig zijn ingekapseld. De opstellers van het rapport constateren dat de bouwpraktijk welwillend is, maar zoekende naar handvatten om op toxiciteit te sturen. Aangezien een bouwer geen chemicus is, is een vertaalslag noodzakelijk om deze lastige thematiek hanteerbaar te maken.

Start van een zoektocht

DGBC sprak voor deze verkenning enkele experts op het gebied van toxiciteit en circulariteit. “Absolute waarheden zijn lastig in deze materie”, stelt Jan Kadijk (DGBC), een van de auteurs van het rapport. “Ongeveer alles is giftig als je er te veel van binnen krijgt. De impact is dus afhankelijk van de precieze toepassing en situatie. En de problemen van vandaag zijn door innovatie morgen misschien geen probleem meer.” Overstappen op enkel nieuwe en volledig schone materialen is volgens Kadijk niet realistisch. “Dat betekent een nieuwe aanslag op onze natuurlijke hulpbronnen. We willen juist ook bestaand materiaal hergebruiken. Hoe je dat veilig en verantwoord doet, is een zoektocht waar de sector nog maar net aan begonnen is.”

Definitie

Co-auteur Remy Heijer (DGBC) legt uit: “In onze verkenning zijn we gestart met een definitie, en daar begint de uitdaging al: iets kan toxisch zijn voor mens of voor milieu, maar de toxiciteit is ook afhankelijk van de mate van blootstelling. We hebben in onze verkenning ook gekeken naar niet-toxische materialen die door ‘smet’ of verontreiniging niet opnieuw toepasbaar zijn.” Het rapport geeft volgens Heijer een inventarisatie van bestaand instrumentarium om op toxiciteit te sturen. “We hebben gezien dat er diverse rode lijsten zijn, maar dat het niet eenvoudig is om deze lijsten praktisch toe te passen. En ze verouderen snel, onder andere door continu voortschrijdend inzicht en technische innovatie in de sloop- en afvalbranche." 

Verdieping

Ook schetst het rapport waar de vragen en dilemma's zitten. Heijer vervolgt: "Immobilisatie van toxische stoffen in bouwdelen klinkt leuk, maar dan moeten die bouwdelen op de bouwplaats niet alsnog verzaagd worden. En bij een onverhoopte brand mogen toxische stoffen niet alsnog vrijkomen. Het helpt misschien als je visueel zichtbaar maakt dat er ergens een toxische stof in zit. Veel oplossingsstrategieën werken alleen als alle betrokkenen in de bouwketen hun verantwoordelijkheid nemen. Toxiciteit in de circulaire bouweconomie is echt niet alleen het pakkie-an van toxicologen. We moeten hier met de hele keten over in gesprek.”

 

Download het rapport Circular buildings - Verkenning schone en smet(te)loze materiaalstromen hier

 

Dit rapport kwam mede tot stand dankzij gesprekken met David Anink (W/E adviseurs), Juan Bakker en Michiel Zijp (RIVM), Menno Brouwer (RVO), Marijn Emanuel (Madaster), Axel Hendriks (Beelen Next), Mantijn van Leeuwen (NIBE B.V.), Edwin van Noort (DGBC), Jim Teunizen, Jip van Grinsven, Hanne Spekreijse (Alba Concepts) en Hans Spronken (Rockwool).

 

Gerelateerd

De Reehorst: nieuwe gezonde werkomgeving voor Triodos-medewerkers

De Reehorst: nieuwe gezonde werkomgeving voor Triodos-medewerkers

Enorme renovatieopgave vraagt opdrachtgever met lef

Enorme renovatieopgave vraagt opdrachtgever met lef

Predictive twins oplossing voor uitdagingen in de bouw

Predictive twins oplossing voor uitdagingen in de bouw