Aan het werk in Floating Office Rotterdam: Over drijven, duurzaamheid en groene daken

De eerste vraag bij het betreden (of is het aan boord stappen?) van het nieuwe Floating Office Rotterdam is: voel je het drijvende kantoor deinen onder je voeten, op de golfslag van de Rotterdamse Rijnhaven? Dat ontdekken we tijdens een rondleiding van de architecten van Powerhouse Company Albert Takashi Richters en Stefan Prins. Voordat ze het antwoord op de vraag prijsgeven, vertellen zij eerst meer over het duurzame karakter van het gebouw, dat beloond is met een Outstanding vijf sterren BREEAM-NL duurzaamheidscertificaat.

 

De ontwerpers van het gebouw zijn een van de vier bewoners van het drijvende kantoor. Naast Powerhouse Company houden ABN Amro, ontwikkelaar RED Company en het internationale Global Center on Adaptation er kantoor. Die laatste vormde de belangrijkste aanleiding voor de bouw van het pand; RED company ontwikkelde het, en Powerhouse Company ontwierp het. 
 

Typisch Powerhouse Company 

Nadat de eerste schetsen – het markante puntdak was in de eerste versies nog niet aanwezig - uitmondden in een definitief ontwerp, is het gebouw in slechts zeven maanden gerealiseerd. Dat is snel. Typisch Powerhouse Company, noemt architect en partner Stefan Prins de stijl van het gebouw. Hij doelt op de detaillering van het pand en op de exclusieve en karakteristieke materialen die zijn gebruikt voor de afwerking. 

Zwemmen in de haven  

Typisch Powerhouse Company was ook de voortvarendheid waarmee het architectenbureau haar nieuwe thuis betrok. Prins hierover: “Het was van binnen nog niet af, maar we konden niet wachten om erin te trekken. We hebben hier de zomer van 2021 meegemaakt. Lunchen op het terras hierachter. En wekelijks zwemmen we hier in de Rijnhaven.” Het complete gebouw is omringd met een groot houten terras, met op de kop een kenmerkend kunstwerk van Joep van Lieshout, een gigantische rode neushoorn. Aan de lengtezijde van het gebouw definieert een vlonder een vierkant zwembad met echt havenwater. 

De draagconstructie is van beton 

Gedurende de ontwikkeling van het drijvende kantoor werd BREEAM-NL geadopteerd als certificeringsmethode om de duurzame prestaties van het drijvende kantoor te waarborgen. Het hielp mee om cruciale beslissingen nemen, wat betreft constructie en duurzaamheid. Te beginnen bij de draagconstructie. Die is van beton. “Een aantal factoren speelt een belangrijke rol bij de keuze van dit materiaal”, legt Prins uit. “Het moet een zeker gewicht hebben, het moet robuust zijn, en waterdicht.” Daarbij, en dat gaf de doorslag voor beton in plaats van staal, zijn de leidingen voor koude en warmte in het beton verwerkt. “We gebruiken het koude rivierwater voor het koelen van het gebouw. Die keuzes - kiezen voor beton en een duurzaam koelingssysteem - komen dan weer integraal bij elkaar.” 

Kolommen van hout 

Het gebouw is verder helemaal opgetrokken uit hout. Dat is 80% lichter dan beton, en duurzamer bovendien. Architect Albert Richters heeft nog een bijzonder feit hierover. “Al het hout in het gebouw is binnen een kwartier weer aangegroeid in de Europese bossen.” De houten kolommenstructuur is vervaardigd met een ‘cross laminated timber’ techniek, waarbij houten balken kruislings over elkaar zijn gelegd en verlijmd. “Daardoor krijg je een heel stevige constructie die helemaal niet beweegt, aldus Prins. “Door de stijfheid die deze techniek mogelijk maakt konden vloeren extra dun worden uitgevoerd en hebben we bespaard in ons materiaalgebruik.” 

Druppels in het water 

Floating Office Rotterdam is een energieleverend gebouw. Dat komt door de zonnepanelen aan de zonzijde van het schuine dak. De andere kant van het dak, dat goed te zien is vanaf de kade, is belegd met sedum, goed voor de biodiversiteit en klimaatadaptief bovendien. Voorzichtig druppelt water van het dak, dat een overstek heeft, zo het havenwater in. Een dakgoot is niet nodig. Stefan Prins: “Het gebouw staat symbool voor klimaatadaptatie. En dat zie je letterlijk gebeuren, door die druppels vallend van het dak. Daarmee maak je aandacht voor klimaatadaptatie ook echt zichtbaar.” 

Duurzaamheidskeurmerk BREEAM-NL 

Duurzaamheidskeurmerk BREEAM-NL was een handige leidraad, maar het vormde niet het uitgangspunt voor de duurzaamheidsprestaties van Floating Office Rotterdam. Prins: “We wilden gewoon een interessant gebouw maken, een duurzaam gebouw ook, geschikt voor het internationale Center on Adaptation. BREEAM-NL vormde wel hét systeem om ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde kant op gaat. Dat is zeker met zo’n groot ontwerp- en bouwteam echt essentieel.” 

Esthetiek en duurzaamheid 

Waar Stefan Prins als partner architect vooral de duurzaamheid in het drijvende kantoor bewaakte, richtte Albert Takashi Richters zich met nadruk op het ontwerp en de esthetiek. “We wilden niet dat het ontwerp duurzaamheid schreeuwde. Het ontwerp is juist een combinatie van pragmatische beslissingen die op elegante wijze zijn gecombineerd. Hierin is duurzaamheid een vanzelfsprekendheid, niet een doel.” Richters wijst zodoende op de grote raampartijen, zonder echt kozijn, die het kantoor heel strak en sec maken. Hij wijst ook op de gefreesde deuren, die naadloos openen en sluiten. En let ook op de kolommenstructuur van zes bij zes, prominent in het gebouw zichtbaar.  

Samenwerken met de installateurs 

En voor de goede kijker zijn in de constructie al de voorbereidingen getroffen voor een uitbreiding van de installaties, met voorgeboorde gaten. Ook de technische ruimte op de tweede verdieping is bewust aan de maat, zodat energieopslag in de toekomst eenvoudig kan worden. “Architecten en installateurs zaten al in een vroeg stadium bij elkaar”, vertelt Richters. “Dat werkte prettig en positief, zeker als je gezamenlijk het ambitieuze doel voor ogen houdt.”       

Context van het gebouw is zo wezenlijk anders 

Richters en Prins houden nu ruim een half jaar kantoor in het Floating Office Rotterdam. “Het werkt heel rustgevend, meditatief bijna”, ervaart Prins. “Het is als werken op een plek in de natuur. De context van het gebouw is zo wezenlijk anders dan van alle andere kantoren die je kent.”  

En, voel je het? 

Dan komen we langzaamaan bij die allereerste vraag: voel je dat je in een drijvend kantoor werkt? “Soms, als het stormt, dan voel je heel licht dat je op het water zit, heel licht maar hoor”, verklapt Stefan Prins. “Maar verder is het net een gewoon kantoor.” Althans, het gebouw gaat natuurlijk wel mee met de getijden van de Maas, en zakt soms tot ver onder de kadewand. En hoewel uiterst symmetrisch ontworpen, verschilt de ene dakzijde van de andere. Daarom, vertelt Richters: “Als het hard heeft geregend, dan heeft het sedumdak zich volgezogen met water en is het zwaarder dan het zonnedak. Daardoor helt het gebouw tot maximaal zeven centimeter. Maar over de gehele vloeroppervlakte is dat nagenoeg niets. En nee, dan hoef je niet met z’n allen aan de andere kant van het kantoor te werken.” 

Gerelateerd

Combinatie van oplossingen noodzakelijk om binnen CO2-budget te blijven

Combinatie van oplossingen noodzakelijk om binnen CO2-budget te blijven

Kantoren met duurzaamheidscertificering presteren aanzienlijk beter

Kantoren met duurzaamheidscertificering presteren aanzienlijk beter

‘Biodiversiteit rondom gebouwen in 2030 verdubbeld’

‘Biodiversiteit rondom gebouwen in 2030 verdubbeld’