WMO meldt hoogste concentratie broeikasgassen ooit
Aangemaakt op: 27 nov 2009Kortgeleden meldde het NOS Journaal nog triomfantelijk dat de uitstoot van broeikasgassen voor het eerst in dertig jaar is gedaald. De World Meteorological Organisation (WMO), onderdeel van de Verenigde Naties, zet hier nu een domper op met de publicatie van het “WMO Greenhouse Gas Bulletin 2008”. We stoten misschien minder uit, maar de concentratie van broeikasgassen in de aardatmosfeer is hoger dan ooit.
Concentraties
Het bulletin bevat de cijfers over 2008. In dat jaar bleken de concentraties koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O) in de atmosfeer hoger te zijn dan ooit gemeten. De opwarmende werking van de atmosfeer is sinds 1990 met 26 procent toegenomen. En in 2008 was de aanwezigheid van broeikasgassen in de lucht 1,3 procent meer dan het jaar ervoor.
CO2
Koolstofdioxide is veruit het belangrijkste door de mens veroorzaakte broeikasgas. Het is voor 63,5 procent verantwoordelijk voor de opwarming sinds 1750 (begin van het industriële tijdperk). Op kortere termijn bekeken, blijkt CO2 nog belangrijker. In de periode tussen 2003 en 2008 was het gas namelijk verantwoordelijk voor maar liefst 86 procent. Sinds 1750 steeg de concentratie CO2 in de atmosfeer met 38 procent. Dit komt met name door uitstoot als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen, ontbossing en veranderend grondgebruik.
Methaan
De andere broeikasgassen sneeuwen vergeleken met CO2 soms wat onder, maar het bulletin vergeet ze zeker niet. Zo meldt het rapport dat de hoeveelheid methaan in de lucht – van 1999 tot 2006 stabiel – in 2007 en 2008 weer groeide. Methaan draagt voor 18,2 procent bij aan de opwarming. Zestig procent van de uitstoot komt van menselijke activiteiten, met name veeteelt, rijstbouw, gebruik van fossiele brandstoffen en vuilnisbelten. De hoeveelheid methaan in de atmosfeer is sinds 1750 met 157 procent gestegen!
N2O
En dan is er nog distikstofoxide (oftewel lachgas). De hoeveelheid van deze stof in de atmosfeer ligt tegenwoordig negentien procent boven het pre-industriële gemiddelde. De stof draagt voor 6,2 procent bij aan de opwarming. De uitstoot van N2O komt voor rekening van natuurlijke factoren als de oceanen en menselijke als het gebruik van meststoffen en industriële processen.
Cfk-vervangers
N2O brengt de atmosfeer overigens minder schade toe dan de zogeheten “halogeenalkanen”, zoals de beruchte chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s). Sinds de harde en definitieve aanpak van deze stoffen in de jaren 1990, neemt het cfk-gehalte in de atmosfeer langzaam maar gestaag af. De stoffen die de cfk’s hebben vervangen, vormen echter een nieuw probleem. Hun concentraties nemen sinds het einde van de twintigste eeuw toe en ze blijken een sterke broeikaswerking te hebben. In de periode 2003 tot 2008 droegen ze voor 8,9 procent bij aan de opwarming.
Milieutop
Het WMO-bulletin is het vijfde in de serie. De rapportage gaat terug tot 2004. Doel is op een begrijpelijke manier te voorzien in relevante informatie over de wereldwijde staat van de atmosfeer en de aandacht vestigen op recente verworvenheden in onderzoek en technologie. Het bulletin verschijnt niet voor niets kort voor de milieutop in Kopenhagen.
Bron: World Meteorological Organisation.

